Zorg bepleit fonds voor betaling dure nieuwe kankermedicijnen

Ziekenhuizen vrezen steeds duurdere kankertherapieën. Een fonds met honderden miljoenen moet helpen.

Voor nieuwe kankergeneesmiddelen zijn volgend jaar enkele honderden miljoenen euro’s extra nodig. Deze uitgaven moeten worden gefinancierd uit een apart fonds dat hiervoor moet worden opgezet.

Dit schrijft een werkgroep onder voorzitterschap van KWF Kankerbestrijding in een vanmorgen gepubliceerd rapport. Het rapport over dure kankertherapieën is gemaakt in opdracht van minister Schippers (Volksgezondheid, VVD). De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) meldde maandag al dat de uitgaven voor alle geneesmiddelen de komende jaren mogelijk sneller zullen stijgen dan de één procent die is afgesproken in de zorgsector.

De kosten voor kankertherapieën zijn de afgelopen jaren explosief gestegen. Bedroegen die in 2011 nog 376 miljoen euro, in 2014 was dat bedrag 675 miljoen. De werkgroep voorziet een verdere stijging tot bijna een miljard in 2016. Voor die extra 300 miljoen is nu geen geld gereserveerd.

Dat zou wel moeten gebeuren, vindt de werkgroep, omdat kankerpatiënten niet om financiële redenen de geneesmiddelen onthouden mogen worden. Het fonds kan worden betaald uit de besparingen die zijn en worden gerealiseerd met het zogeheten preferentiebeleid. Daarbij wordt bij twee even effectieve geneesmiddelen gekozen voor het goedkoopste, vaak merkloze medicijn.

De stijging van de uitgaven wordt deels veroorzaakt door de toename van het aantal kankerpatiënten. In 2005 waren het er 81.000, vorig jaar 104.000 en in 2020 naar schatting 123.000 per jaar. De toename is een gevolg van de vergrijzing, van betere screening en diagnostiek en van de effectieve behandeling van hart- en vaatziekten waardoor meer mensen de levensfase bereiken waarin de kans op kanker het grootst is.

De kostenstijging is daarnaast een gevolg van de hoge prijzen van de nieuwe kankergeneesmiddelen. Behandelingen kosten daardoor per patiënt 2.400 tot 8.000 euro per maand. Die prijzen worden niet gerechtvaardigd door de investeringen van de fabrikant, zegt de werkgroep, die eraan toevoegt dat fabrikanten over de productiekosten van een medicijnen „geen gegevens kunnen en willen aanleveren”.

De werkgroep doet dan ook een klemmend beroep op de farmaceutische industrie maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en de prijzen te verlagen. Andere partijen moeten daarbij druk uitoefenen. Zo moeten ziekenhuizen en zorgverzekeraars meer samen inkopen, terwijl het ministerie vaker moet onderhandelen over de prijzen – liefst in samenwerking met andere Europese landen. Om deze partijen goed te laten samenwerken, moet Volksgezondheid een regisseur aanwijzen.