Wonen in kantoor is zo simpel niet

Leegstaande kantoren kunnen tot woonruimte worden omgebouwd, maar staan in ‘verkeerde’ stad.

Wat doe je met bijna 9 miljoen vierkante meter aan leegstaande kantoren? Bouw ze om en ga erin wonen, is een veelgehoorde oplossing. Maar dat valt nog tegen. Omgebouwde kantoren kunnen maar in 5 procent van de landelijke woningbehoefte voorzien, blijkt uit onderzoek van accountants- en advieskantoor Deloitte en makelaarsvereniging NVM.

Tweederde van de leegstaande kantoren is niet geschikt om tot woningen om te bouwen. Bijvoorbeeld omdat ze op een kil bedrijventerrein staan. Of in gemeenten die geen woningen nodig hebben.

En aan de wél geschikte rest is in veel gemeenten helemaal geen behoefte. De meerderheid van de geschikte kantoren (80 procent) staat in dertig gemeenten. De helft van die gemeenten heeft al meer nieuwbouwwoningen gepland dan het aantal verwachte huishoudens. Nog meer nieuwe huizen hebben ze niet nodig.

Zo is in Amsterdam en Rotterdam de komende tien jaar behoefte aan respectievelijk 36.000 en 11.500 woningen. De steden hebben er respectievelijk 40.000 en 26.000 gepland. Zouden zij ook kantoren ombouwen, dan levert dat een extra overschot op van nog eens 2.400 en 2.900 huizen.

Daar kan een dilemma ontstaan tussen maatschappelijke en financiële belangen, zegt Frank ten Have, partner bij Deloitte Real Estate. „Als gemeenten kantoren gaan verbouwen, missen ze mogelijk inkomsten uit gronduitgifte.” Volgens Ten Have realiseren gemeenten zich te weinig dat voor „duurzame verstedelijking” eerst naar de leegstaande panden moet worden gekeken. „Ik denk dat gemeenten moeten nadenken over hoe hard hun plannen zijn.”

De hoeveelheid leegstaande kantoor- en winkelruimte is sinds 2010 verdubbeld, bleek vorige maand uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Van alle kantoren staat nu 17 procent leeg. En dat percentage blijft oplopen. Er worden al wel kantoorpanden omgebouwd tot appartementencomplex of studentenwoningen, en er worden ook kantoren gesloopt, maar het kantooroppervlak dat leeg komt te staan stijgt harder.

Ten Have pleit er dan ook voor dat gemeenten eerst goed kijken of ze kantoren kunnen (laten) ombouwen voordat er nieuwe huizen worden neergezet. Zolang die nieuwbouw niet wordt beperkt, zei onderzoeker Edwin Buitelaar van het PBL eerder in deze krant, heeft het omvormen (en slopen) van leegstaande kantoren weinig zin. „Dweilen heeft alleen zin als de kraan dicht is.”