Oud-anesthesioloog Bob Smalhout (87) overleden

Bob Smalhout in zijn huis in 2010. Foto NRC / Merlin Daleman

De oud-anesthesioloog Bob Smalhout is vanmorgen op 87-jarige leeftijd overleden in zijn huis in Bosch en Duin, zo bericht De Telegraaf, waar hij ruim twintig jaar columns voor schreef. Smalhout kampte de laatste jaren met zijn gezondheid en had nierproblemen.

De krant noemt zijn dood “een groot verlies voor de krant, ook in persoonlijk opzicht voor de redactie en hoofdredactie”.

Smalhout (1927) studeerde geneeskunde aan de UvA en ging daarna werken in het Academisch Ziekenhuis Utrecht waar hij opklom van arts-assistent tot hoofd-anesthesist. Ruim dertig jaar werkte hij daarnaast als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. In 2003 was hij lijsttrekker bij de Eerste Kamerverkiezingen voor de LPF, maar hij trok zich terug omdat hij zijn column in De Telegraaf niet wilde opgeven.

Criticaster die misstanden durfde aan te kaarten

Smalhout was gehecht aan zijn wekelijkse column waarin hij over allerlei maatschappelijke thema’s schreef, zoals de bezuinigingen in de zorg. De invloed van managers noemde hij ‘een verwoestende plaag voor ons land’. Bij het grote publiek stond Smalhout dan ook bekend als enfant terrible. Hij was een van de eerste en een van de weinige specialisten die openlijk kritiek durfde te uiten op vakgenoten en het verzwijgen van medische missers in de medische wereld.

De oud-anesthesioloog moest de afgelopen paar jaar meerdere keren geopereerd worden; hij kreeg drie bypasses en een nieuwe aortaklep. Hij had last van evenwichtsstoornissen en moest eigenlijk aan het dialyseapparaat vanwege zijn nieren. Maar dat wilde hij niet.

Een kat tegen de eenzaamheid

Smalhout was na het overlijden van zijn eerste vrouw in 2010, celliste Mieke Smalhout-van der Wees, getrouwd met historica Nanda van der Zee. Zij overleed vorig jaar. Het viel hem zwaar om alleen te zijn, zo vertelde hij in NRC afgelopen januari. Zijn pensionering noemde hij “de grootste ramp” die hem ooit was overkomen. Op aanraden van een vriendin had hij een kat genomen.

Hij pakt het bijbeltje dat met een elastiekje erom naast hem op tafel ligt. Eerste hoofdstuk, Genesis: ‘Het is niet goed dat de mens alleen zij.’ Gek wordt hij ervan, van het alleen zijn. Niemand die hem goedemorgen wenst, of welterusten. Geen aai over de bol, geen knipoog, geen woordeloos begrip. “Je gaat eraan kapot.”