Niet flexibel, wel goedkoop

Het verschil tussen tijdelijk en vast werk moet vanaf nu kleiner worden. Maar de ‘flexibele schil’ is dik en helemaal niet zo elastisch.

Foto Roos Koole/ANP

Eén op de drie Nederlanders is er eentje, in verhouding zo ongeveer het hoogste aantal in Europa. En het lijken er voorlopig alleen maar meer te worden: mensen met een flexibel arbeidscontract.

De Wet werk en zekerheid is sinds gisteren van kracht en moet flexibel werk vaster maken.

Flexwerkers kunnen nu na twee in plaats van drie jaar bij een werkgever aanspraak maken op een vaste baan. Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, Pvda) wil zo de ‘goede flex’ van de ‘foute flex’ scheiden. Los werk om drukte en uitval (‘piek en ziek’) op te vangen moet kunnen. Maar flexwerk om sociale premies te ontduiken en loonkosten te drukken: hó.

Hoe ziet de ‘flexibele schil’ op de arbeidsmarkt eruit? De term is eigenlijk achterhaald en misleidend. Ten eerste is het geen ‘schilletje’ meer, maar eerder een pijler. In tien jaar tijd is het aandeel mensen met flexibel werk gestegen van 15 naar 22 procent van de totale beroepsbevolking (8,9 miljoen mensen), volgens het CBS. Als je het aandeel zelfstandigen zonder personeel erbij optelt, kom je uit op 34 procent.

In alle beroepen flexwerkers

In vergelijking met andere EU-landen telt Nederland veel flexwerkers en stijgt hun aantal sneller. Het aandeel tijdelijke werknemers is bovendien hoog in vrijwel alle bedrijfssectoren en beroepen – uitgezonderd boeren, leraren en ambtenaren. De tijd dat flexwerk werd geassocieerd met serveersters en aardbeienplukkers is lang voorbij.

Ook is er wat af te dingen op de elasticiteit van de ‘flexibele schil’, zegt bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer. „Veel mensen denken dat de groei van flexibel werk bestaat uit meer kortlopende dienstverbanden. Maar uitzendwerk bijvoorbeeld groeit structureel niet. De groei van flex zit vooral bij zzp’ers, oproepkrachten en mensen met een langdurig tijdelijk contract. Nou, veel zzp’ers werken járen voor dezelfde opdrachtgevers. Oproepkrachten, zoals mensen met een nulurencontract, hebben vaak wel een vast contract, maar onzekere werktijden. En mensen met een langer tijdelijk contract hebben best reëel een vaste aanstelling in het vooruitzicht. Hoe ‘flexibel’ is dat soort werk dus?”

De ‘flexibilisering’ suggereert ook dat mensen vaker van werkgever wisselen, maar dat klopt niet, zegt De Beer. Volgens hem veranderen mensen „al een jaar of vijftien” minder snel van baan. „In 1996 zaten mensen gemiddeld na 9,5 jaar nog bij dezelfde werkgever, nu is dat 10,8 jaar. Het kan een onderschatting zijn omdat mensen tijdens een economische crisis minder snel van baan wisselen, maar het lijkt op een duidelijke trend.”

Wat is de flexibele schil dan wel? In ieder geval een keuzemenu van losse contractvormen die voor werkgevers goedkoper zijn dan vaste aanstellingen. De vraag is of er meer vaste banen zullen terugkomen.

Maak vast werk goedkoper

„Er is een behoorlijke behoefte aan flex door de onzekere economie”, zegt directeur Jurriën Koops van uitzendkoepel ABU. „Een andere reden is dat de risico’s van doorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid op de schouders van werkgevers zijn gelegd. Er zijn weinig prikkels om iemand aan te nemen. Je kunt flexibel werk wel de duimschroeven aandraaien, maar maak vast werk dan goedkoper en minder risicovol.”

„De Wet werk en zekerheid is een manmoedige poging om vast werk aan te moedigen”, zegt arbeidseconoom Ronald Dekker. „Maar de enige manier om wat meer veiligheid tegenover uitbuiting op de arbeidsmarkt te brengen, is handhaving. De arbeidsmarkt is flexibeler geworden en de arbeidsinspectie is niet mee gegroeid – en dan zeg ik het voorzichtig.”

Maak de scheidslijn tussen vast en flexibel werk minder scherp, zegt De Beer in navolging van de OESO. „Als je iedereen een contract geeft voor onbepaalde tijd en werknemers per jaar geleidelijk meer rechten opbouwen, voorkom je dat een werkgever voor een scherpe keuze komt te staan om iemand weg te sturen. Dicht de kloof tussen flex en vast.”