Kamer ‘brainstormt’ na blunders in zaak-Borst

Leiding van Justitie en Openbaar Ministerie krijgt het niet moeilijk in Kamerdebat over talrijke fouten in moordonderzoek.

Het Openbaar Ministerie (OM) moet veel verbeteren, maar of het daar extra geld voor krijgt, wilde minister Van der Steur (Justitie, VVD) niet toezeggen. De Kamer debatteerde gisteren over de vele blunders die zijn gemaakt in de zaak-Bart van U., verdacht van de moord op zijn zus en oud-minister Els Borst (D66).

OM-baas Herman Bolhaar was er maandag, toen Kamerleden hem konden bevragen, nog duidelijk over. Al die aanbevelingen van de commissie-Hoekstra, zei Bolhaar, „dat is nogal wat”. „Dat vraagt om een wezenlijke heroverweging van middelen in onze richting.”

Gisteren bleek ook een Kamermeerderheid, inclusief PvdA, te willen dat het OM, na een reeks bezuinigingen, meer geld krijgt. Van der Steur zei slechts dat hij voor Prinsjesdag „zou bezien” wat nodig is.

Het was een van de weinige punten waarover gisteren stevig werd gedebatteerd. Het leek vooral een gezamenlijke brainstormsessie om dit soort problemen voortaan te voorkomen. SGP-leider Van der Staaij zei bij de Kamer „grote eensgezindheid” te voelen „om alles op alles te zetten om herhaling van deze fouten in de toekomst te voorkomen.” De positie van minister Van der Steur kwam dan ook geen moment in gevaar. Die van OM-baas Bolhaar werd alleen betwist door de PVV en Louis Bontes.

Als oud-minister Opstelten er nog zat, had hij wat D66-Kamerlid Magda Berndsen „op basis van dit onthutsende rapport de conclusie moeten trekken om af te treden”. Dat wilde ze deze net aangetreden minister niet vragen. Maar ze waarschuwde: hij moet snel verbeteringen doorvoeren, zonder „getreuzel of halfslachtigheid”.

Ook minister Edith Schippers (Zorg, VVD) was bij het debat. De commissie-Hoekstra had namelijk slechte communicatie vastgesteld tussen gezondheidszorg, politie en justitie. Dat is een probleem bij de aanpak van ‘verwarde personen’, een groep bij uitstek op de grens tussen zorg en justitie.

Schippers zei dat zorgverleners meer informatie moeten delen, onder meer in ‘veiligheidshuizen’, waar justitie, zorg en bestuur met elkaar overleggen over concrete gevallen. Het medisch beroepsgeheim wordt ten onrechte als een belemmering gezien, zei ze. „Je hoeft niet te zeggen ‘deze persoon is schizofreen’, maar je kunt wel zeggen ‘deze persoon kan bij vlagen gevaarlijk zijn’.”

Ook zei de minister extra vaart te willen maken met een wet die verplichte hulp mogelijk maakt, zonder gedwongen opname. De wet moet volgend jaar ingaan in plaats van in 2018.