‘Jazz biedt vrijheid: breek de regels maar’

De Israëlische bassist Avishai Cohen heeft een achtergrond in de klassieke muziek maar is nu opperhaan op de contrabas. „Dat er jazz op scholen wordt geleerd, is eigenlijk een grap. Jazz haal je uit het leven.”

Foto Andreas Terlaak

Eerst lijkt het een tedere omhelzing. Langzaam plukken de vingers aan de snaren van de contrabas – zachte vleierij met romige ploks. Dan versnelt bassist Avishai Cohen langs de hals van zijn contrabas. De pose: krachtig. Hij weet wat er te halen valt en zal het laten zien ook. Met zijn blik voortdurend gericht op zijn tokkelende vingers, die het tot onderaan bij de kam zoeken, is de taal direct en expressief. Er komen klappen bij op de klankkast. Hier en daar een kreun of zanglijn.

Avishai Cohen (45) is de opperhaan op de bas. Hij kan foeteren tegen diegene in het publiek die het waagt te flitsen met zijn camera, maar als venijn omslaat in concentratie cirkelt Cohen om de bashals in lange improvisaties. Met zijn extraverte verschijning en spel vol overgave maakt hij op het podium veel los.

Zoals vanavond bij een uitverkochte show in de Roma, een majestueuze voormalige filmzaal in Antwerpen. Zo laat de in 1970 in de Israëlische kibboets Kabri geboren Cohen het al jaren zien. Eerst als protegé van de gevierde jazzpianist Chick Corea, daarna op eigen naam, uitgroeiend tot gezichtsbepalend musicus die zijn Israëlische achtergrond met Sefardische en Arabische invloeden verwerkte in zijn moderne jazz. Vanaf zijn conservatoriumstudie in Jeruzalem tot het moment dat hij jazz ging studeren in New York en in die stad bekend werd als bassist in het Danilo Perez-trio en Chick Corea’s bands Origin en The New Trio, is er zijn vastberaden eigenheid.

Inmiddels woont Avishai Cohen al weer jaren in zijn geboorteland Israël. Hij is er zeer actief in de jazzscene en werkt graag met jong talent. Toch is het niet verstandig de naam van zijn jongere naamgenoot, de trompettist Avishai Cohen die komend weekend ook op North Sea jazz speelt, te laten vallen, is de waarschuwing vooraf. En ook zijn visie op de politieke situatie aldaar is een verboden onderwerp voor dit interview.

In zijn hotel in Antwerpen vertelt een ontspannen Avishai Cohen hoe hij door de jaren heen van het tourleven is gaan houden. „Ik zie optredens als hetgeen waar ik me mijn hele leven op heb voorbereid. Reizen hoort bij het leven als muzikant. Het ene concert is beter dan het andere, maar echt slechte avonden bestaan niet. Chick Corea zei: shoot for the stars, vanavond zal het fantastisch worden. Dat blijf ik vasthouden. En contact met publiek kan aanvoelen als elektriciteit: soms heel intens.”

U werd bekend met het klassieke jazztrio: piano, bas, drums. Na 2008 bracht u echter geen trioplaat meer uit, u verrijkte uw sound met een strijkersensemble, blazers, vocalen, maar ook de hobo en ud. Op ‘From Darkness’ bent u echter ‘terug’ bij het jazztrio.

„Dat trioformat heb ik eigenlijk nooit achter me gelaten. Er mochten dan misschien geen albums zijn, maar mijn trio is mijn ‘tourverhikel’ en in de basis componeer ik altijd voor een trio. Dat er nu weer een speciaal album is, is omdat ik dit nieuwe trio erg spannend vind. Het is zo krachtig en vernieuwend. De andere jongens brengen iets – wat zou het perfecte woord daarvoor zijn – wat geworteld is in de muziek.”

Wilt u dat meer omschrijven?

„Het zijn spelers die op hoog niveau musiceren. Met pianist Nitai Hershkovits speel ik al jaren in verschillende bands. Ik ontdekte hem in Tel Aviv bij een optreden in een cafeetje. Hij beval drummer Daniel Dor aan. Met veel musici is een klik te vinden maar mijn muziek ‘wachtte’ op deze 28-jarige drummer. Hij geeft mijn muziek een heel persoonlijke draai. Ik had al eens over hem gehoord en hij kende mijn muziek. Bij een repetitie klonk het cool, en toen vroeg ik hem eens in te vallen bij twee shows.

„Daniel kent alle basics van de jazz. Aan de andere kant heeft hij juist een vette John Bonham-achtige sound [oud-drummer Led Zeppelin, red.] En dat geeft de muziek rockenergie – zeker in combinatie met het lyrische spel van Nitai.”

Wat levert dat op voor uw eigen spel?

„Het krijgt meer helderheid en meer focus. Maar eerlijk gezegd denk ik daar niet zo over na. Ik hoor de hele groep, ik sta in het midden. Hoewel ik de leider ben en alles arrangeer, is het een groepsproces. Ik vind het machtig als mijn muziek op nieuwe wijzen wordt geïnterpreteerd. Als ervaren muzikant, die inmiddels toe is aan zijn vijftiende album, heb ik niet zo erg meer iets te bewijzen als bassist en bandleider.”

Welke eisen stelt u aan de musici in uw band?

„Hoge. Je dient veel van latin af te weten. Van Arabische ritmiek. Een stuk beginnen in een 7/8 maat, dan schakelen naar 13/8 en dan naar 9. Dit soort jonge musici is erg gretig. Ze willen alle muziek kennen en blijven niet bij één stijl hangen. Dat daagt mij uit. Ik herken het ook van toen ik jonger was en ik latin, reggae, funk en rock speelde en veel verschillende optredens had. Ik speelde met steeds betere musici en ineens was daar mijn doorbraak bij Chick Corea.”

Waarom koos u voor de bas?

„Ik woonde in mijn tienertijd twee jaar in Amerika, in St. Louis, Missouri, waar mijn moeder een winkel had. Mijn vader had een piano voor me geregeld, als kind leerde ik Bach spelen. Ik dacht altijd dat ik in de klassieke muziek terecht zou komen, maar de vrijheid die ik in mij voelde, nam de overhand. Jazz bood me vrijheid, breek de regels maar.

„Toch weet ik tot de dag van vandaag niet precies waarom ik uitkwam bij de elektrische bas. Een muziekleraar gaf me albums van Jaco Pastorius om naar te luisteren en ik werd weggeblazen door die muziek. Ik wist niet wat ik hoorde en ik zoog dat op als een spons. Zijn persoonlijkheid met al die virtuositeit, ongelofelijk! Dat was van grote invloed op me. En dat is gebleven, nog steeds bestaat een deel van hem in mij.”

„Op mijn twintigste ben ik de contrabas gaan spelen. Betrekkelijk laat. Ik trad al veel op met de elektrische bas. Ik moest van mijzelf ook snel heel goed worden op die grote bas en ik bestudeerde bassisten als Oscar Pettiford en Ray Brown. Maar het is een moeilijk instrument. Het kost een paar jaar om een goede sound te krijgen.”

Welke voordeel ziet u nu in het studeren van zowel jazz als klassiek?

„Ik studeer nog elke dag Bach. Klassiek is mijn ruggegraat. En daarna kan ik alle kanten op. Jazz is de andere kant. Jazz leer je door met mensen te spelen. Je luistert naar hen, naar albums. Dat er jazz op scholen wordt geleerd, is eigenlijk een grapje. Jazz haal je uit het leven. Het stapelt zich op.”

Net als bassist John Patitucci werd u ontdekt door de grote jazzpianist Chick Corea. U heeft zeven jaar in zijn bands gespeeld. Hoe lukte u dat?

„In de New Yorkse club Smalls kreeg ik mijn eerste kansen van eigenaar Mitch. Hij gaf me steeds avonden om op te treden. Mijn naam begon wat rond te zingen. Ik schreef ook al veel muziek en in een studio in New Jersey nam ik een demotape op. Die wist ik een vriend van Chick toe te spelen. Op een avond vond ik een bericht op mijn antwoordapparaat van Ron Moss, de manager van Chick Corea. En de volgende dag belde de grootmeester zelf. Hij bleek al twee weken in zijn auto naar mijn muziek te luisteren. Hij vond het geweldig en hij ging heel gedetailleerd op dingen in. In zijn band heb ik ongelofelijk veel geleerd. Ik zag hoe je een band leidt, en contact maakt met publiek. Ook produceerde Chick mijn allereerste album Adama.”

In 2002 richtte u uw eigen label Razdaz op. Wat zag u voor voordeel?

„Dat was destijds een grote stap. Ik ging het ineens doen zonder de steun van Chick en mijn oude label. Ik verlangde naar de vrijheid om alle beslissingen zelf te nemen. De muziek op te nemen die ík wil, met wie ik wil. Ik heb leren vertrouwen op mijn eigen innerlijke kompas.”

Komend North Sea Jazz is uw band uitgebreid met trompet, trombone en gitaar.

„Ja, de New York Division, zoals ik deze band noem, is mijn ode aan mijn jaren in New York. Ik heb daar met zoveel muzikanten gespeeld, ik bewaar er goede herinneringen aan. Je kunt New York Division beschouwen als mijn zomerproject. Begin juli komt de band naar mijn huis in Israël om te repeteren. Dan geven we daar een grote show en gaan we vervolgens alle zomerfestivals langs.”