Column

Het leven is geen kinderboerderij

Freek Vonk is de Jamie Oliver van de jungle geworden, die de vuile kantjes van de consumptie-industrie camoufleert, meent Christiaan Weijts.

Je kunt tegenwoordig niet eens meer een pak vla kopen zonder je een dierenbeul te voelen. Zembla liet de afgelopen weken zien dat de meeste koeien nooit buiten komen en hun levens uitgemergeld in een stal slijten, als doorgefokte melkfabrieken.

„Ik ben geen kinderboerderij”, verklaarde een boer zonder gêne. De koe is domweg een schakel tussen grondstoffen (voeding) en het product (melk).

Zo’n man zullen ze niet gauw dierenplaatjes laten uitdelen bij Albert Heijn, geestelijk vader van kleine pr-rages als de miniboerderijtjes en de moestuintjes, die de voedselindustrie een idyllisch aureool moet geven. Tot ongenoegen van clubs als Wakker Dier, die er telkens op hameren dat de supermarkt een misleidend beeld van het boerenbedrijf geeft.

Reclame is altijd het diapositief van de realiteit. Ze tovert een droomwereld met precies datgene wat we missen. Die Albert Heijnbeelden zijn vooral nostalgisch: ze refereren aan een nooit meer terugkerende overzichtelijke wereld, bevolkt door boeren en boerinnen als sprookjesfiguren.

Voedsel produceren is smerige business, en om dat niet te hoeven zien is er een sprookjeswereldachtige schil omheen gehocuspocust vol blije gezichten. Dat we het grijnzende hoofd van Freek Vonk ooit in elke supermarkt zouden gaan tegenkomen, was dan ook maar een kwestie van tijd.

„Hallo, ik ben Freek, en ik ben gek op dieren. Neem deze kippen. Mooie beestjes hè? Staan met z’n negentienen in één hokje móddervet te worden. Maar plofkippen zijn het niet. Welnee! Want Albert Heijn is superslim. Telkens als Albert Heijn op de vingers getikt wordt, verandert de pr-afdeling gewoon wat bordjes. En dus werd de plofkip… de Hollandse Kip! Met 19 in plaats van 21 beesten op één vierkante meter. Puur en eerlijk werd ‘biologisch’. De ‘ambachtelijke’ chips zijn sinds deze week niet meer ambachtelijk, want ze kregen een standje van de Consumentenbond. Te gek toch?”

Ik vind Freeks programma’s echt goed, spannend, leerzaam, maar nu die jongen zich ontpopt tot een icoon, een merk, met alle bijbehorende merchandise, word ik een tikkeltje moe van hem.

Freek is de Jamie Oliver van de jungle, de Wibi Soerjadi van de biologie. Hij heeft dezelfde energie van zo’n kind van eeuwig negen. Museum Naturalis heet bij ons al ‘het Freekmuseum’, er is een Freekshow in de Heineken Music Hall, er zijn winkeldisplays in elk AH-filiaal… „Bestaat Freek écht?” vroeg mijn zoon laatst verbaasd.

„Ik ben bang van wel.” Van wetenschapper is hij veranderd in de CliniClown van onze zieke industrie. Hij is een tijdgeestproduct: alles moet supergaaf zijn, we leven in een onophoudelijke overdrive. Niets mag ook maar een seconde normaal, saai of onaangenaam zijn.

Schiphol biedt vanaf maandag ‘wachtrij-entertainment’. Nee, het leven is geen kinderboerderij, maar we kunnen goed doen alsof.