Het boek Srebrenica ligt weer open

Twintig jaar later en vele onderzoeken verder is er opnieuw volop debat over de schuldvraag voor ‘Srebrenica’.

„Het zijn zwarte bladzijden in een boek dat in zekere zin nooit dichtgaat”, sprak premier Wim Kok in april 2002 toen hij het ontslag van zijn tweede kabinet aankondigde. Reden voor het voortijdig vertrek: het drama-Srebrenica dat in 1995 had plaatsgevonden en waarover het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, NIOD, in 2002 vernietigend had gerapporteerd.

Dat Srebrenica-boek met al zijn zwarte bladzijden ligt inderdaad weer wijd open. Met Nederland in de rol van nijver idealistisch landje, dat door de grote mogendheden werd genegeerd en in de steek gelaten omwille van hogere belangen. Volgende week is het twintig jaar geleden dat Srebrenica onder de voet werd gelopen en circa 8.000 moslimmannen werden vermoord.

Na onthullingen in een tv-documentaire van VPRO en Human, afgelopen maandag en een deze week verschenen boek van Joris Voorhoeve, minister van Defensie ten tijde van het Srebrenica-drama, is nu ook het kabinet-Rutte opgezadeld met Srebrenica.

Minister Hennis (Defensie, VVD) kondigde aan dat zij met haar collega Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) bij de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk opheldering gaat vragen over een stilgehouden afspraak van 28 mei 1995, waarbij deze drie landen overeenkwamen luchtaanvallen tegen de Serviërs op te schorten.

Dit kan verklaren waarom Nederlandse verzoeken om luchtsteun onbeantwoord bleven toen de door Nederlandse militairen beschermde enclave Srebrenica door Bosnisch-Servische troepen ingenomen dreigde te worden.

Dat de op 10 en 11 juli 1995 vele keren door Nederland gevraagde luchtsteun uitbleef, was bekend. Maar het waarom van die weigering, en wie daar achter zaten, is altijd onopgehelderd gebleven. Er waren vermoedens, en aanwijzingen, maar nu is er dan een authentiek document van het Amerikaanse ministerie van Buitenlands Zaken.

Het lijkt het ultieme bewijs van een niet-aanvalsafspraak. Er staat letterlijk in dat besloten is luchtaanvallen op te schorten. Op dat besluit hadden de Britse premier Major en de Franse president Chirac bij de Amerikaanse president Clinton aangedrongen. Serviërs gijzelden op dat moment tientallen Franse en Britse blauwhelmen.

Of is het allemaal toch niet zo nieuw? De documenten zijn al in 2013 vrijgegeven in de VS. De Nederlandse onderzoekers Bob de Graaff en Cees Wiebes, die meewerkten aan het NIOD-onderzoek, kenden sindsdien de stukken en namen deel aan conferenties in de VS. Zij informeerden de leider van het Nederlandse onderzoek destijds, NIOD-directeur Hans Blom. Hij oordeelde dat het nieuwe document niet de smoking gun was: de passage over opschorting van luchtsteun zou te stellig worden uitgelegd. Zo is de vraag van belang wat precies onder luchtsteun wordt verstaan.

Hier staat de opvatting van Bert Bakker tegenover. Dit oud-Kamerlid (D66) was in 2002 voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie die werd ingesteld na de NIOD-studie. Hij zei deze week dat het document voor hem „compleet nieuw” was. Zijn commissie deed ook onderzoek naar het bestaan van afspraken, maar stuitte op Franse onwil om opening van zaken te geven.

Iets anders is of de inname van de enclave te voorzien was geweest en of de Amerikanen wisten van de aanvalsplannen. De vrijgegeven documenten suggereren dit. Nederland is hiervan niet op de hoogte gesteld. Ook hierover wil Hennis opheldering van de bondgenoten. Voorhoeve meent dat Nederland zich bij het inlichtingenwerk had geïsoleerd door niet mee te werken aan verzoeken van bijvoorbeeld de CIA. Den Haag koesterde de neutrale rol als deel van een VN-vredesmacht.