Flexwet moet zich bewijzen

De Wet werk en zekerheid, die gisteren van kracht werd, verbindt twee begeerde begrippen tot een optimistisch gevoel. Wie wil er geen werk en zekerheid? De intentie van de wet is lovenswaardig: meer rechten voor mensen met een flexibele arbeidspositie, minder rigiditeit voor werknemers in vaste dienst. De wet is een van de uitkomsten van het sociaal akkoord van april 2013 over de toekomst van de arbeidsmarkt, de werkloosheidsverzekeringen en de aanpak van de economische crisis. Het akkoord was een poging van het kabinet-Rutte II om voldoende steun te verwerven bij de georganiseerde werkgevers en werknemers. Het akkoord was een ‘beloning’ voor FNV-voorzitter Heerts die een constructieve opstelling had gekozen. De afspraken boden tevens talloze aanknopingspunten voor een rol voor vicepremier Asscher (PvdA) als boegbeeld van een moderne minister van Sociale Zaken.

Hoe verder het akkoord achter de horizon verdween, hoe meer scepsis ontstond over de praktische uitwerking van deze wet. Kamerleden vroegen zich hardop af of zij er aan juist aan gedaan hadden. De handelwijze van ING, die uitzendkrachten liet gaan voordat zij een vaste aanstelling zouden krijgen, zorgde voor maatschappelijk en politiek rumoer. Zulke voorbeelden voedden het sentiment dat grote bedrijven wel de lusten van de wet willen genieten, zoals de beschikbaarheid van flexwerk, maar niet de lasten, namelijk hen vast in dienst nemen. Het is echter naïef om te denken dat bedrijven én werknemers zich niet opnieuw oriënteren op hun arbeidsverhoudingen als cruciale wijzigingen op stapel staan.

Feit is dat flexibele contracten en het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) de afgelopen jaren stevig en gestaag is gestegen. Flexibele contracten en het ondernemerschap van zzp’ers vormen een eigen bijdrage aan de dynamiek van de economie.

Afgelopen weekeinde probeerde Asscher twijfels weg te nemen in een serie interviews: zeven kranten, een website, radio en tv. De minister verzet zich tegen ‘Amerikaanse toestanden’ met negen miljoen flexwerkers, een beeld dat coalitiepartner VVD bij monde van fractievoorzitter Zijlstra een wenkend perspectief vindt.

De arbeidsmarkt is de vanzelfsprekende arena waar de liberale en sociaal-democratische principes botsen. Minister Asscher maakt terecht onderscheid tussen vrijwillige zelfstandigheid en schijnondernemerschap dat is afgedwongen om werk te houden. In weerwil van sociaal-democratische meningen is de economie minder maakbaar dan ooit. Verstrekkende wetswijzigingen zoals deze moeten tijdig, en eerder dan de drie jaar die nu is vastgesteld, geëvalueerd worden om te zien of zij werkelijk werk en zekerheid brengen.