Egypte bijt in het zand in Sinaï

Moslimbroederschap én terreurgroepen openen aanval op regime van Sisi. Egyptische soldaten sneuvelen in de Sinaï.

Egyptische militaire aanwezigheid in de buurt van Rafah, op de grens tussen de Gazastrook en de Sinaïwoestijn waar terreurgroepen gisteren toesloegen. Foto Mohammed Ebaid/AP

De opstand tegen het militaire bewind in Egypte breidt zich snel uit. Islamitische extremisten hebben gisteren één van de grootste gecoördineerde aanvallen gelanceerd op leger en politie in de Sinaïwoestijn. Tegelijkertijd heeft de Moslimbroederschap openlijk opgeroepen tot een „opstand” tegen „de slager” president Sisi. „Vernietig de citadellen van zijn onderdrukking en tirannie en herover Egypte.”

De oproep is opmerkelijk. De Moslimbroederschap weerhield zich tot nu toe van openlijke aansporingen tot geweld tegen de staat. De dood van negen leiders van de Moslimbroederschap gisteren bij een inval van de politie in een appartement in hoofdstad Kaïro vormt een „keerpunt”.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken zei dat de inval gericht was tegen voortvluchtige leiders van de Moslimbroederschap, bijeengekomen om aanslagen te beramen. Volgens het ministerie zijn wapens, geld, documenten en geheugenkaarten gevonden. Dit dient als bewijs in het onderzoek naar de moord afgelopen maandag op hoofdaanklager Hisham Barakat.

De oproep tot een opstand tegen de Egyptische president Sisi valt samen met een dag van hevige gevechten met extremisten in het noorden van de Sinaïwoestijn. Tientallen terroristen vielen gisteren vrijwel tegelijkertijd vijf militaire controleposten en een politiebureau aan. Er zouden ruim honderd doden zijn gevallen. Het leger zegt dat zeventien militairen zijn gesneuveld, maar volgens lokale veiligheidsfunctionarissen gaat het eerder om enkele tientallen.

De aanval is opgeëist door terreurgroep Ansar Beit al-Maqdis, die zich sinds vorig najaar Wilayat Sina noem, ofwel: de Sinaï-provincie van de Islamitische Staat. De groep dook op na de opstand tegen president Mubarak in 2011. Na de coup tegen oud-president Morsi van de Moslimbroederschap in 2013 werden het Egyptische leger en de politie het voornaamste doelwit.

Bij aanvallen zoals die van gisteren maakten strijders vrachtwagens buit die weer ingezet kunnen worden als autobommen bij een volgende aanslag. De Egyptische soldaten in de Sinaï zijn doorgaans slecht opgeleide en uitgeruste jonge dienstplichtigen die door hun verspreide opstelling bij controleposten een gemakkelijk doelwit vormen. Het leger reageert met repressie en geweld: avondklok, blokkeren van telefoon en internet, meer wegversperringen.

Een sjeik van de Sawarka, een van de grootste stammen van de Sinaï, zei tegen de website Al-Monitor: „De militaire plannen in de Sinaï veranderen niet, behalve de uitbreiding van wantrouwen en onderdrukking van burgers. Het gevolg is dat het leger steun en informatiebronnen verliest in de regio’s Sheikh Zuweid en Rafah, waardoor de strijd moeilijker wordt en terrorisme nog vele jaren doorgaat.”

De keiharde aanpak leidt tot steeds meer kritiek. „Egypte kan geen betrouwbare partner zijn in de strijd tegen terrorisme, aangezien het terroristen niet juist identificeert: het behandelt de Moslimbroederschap als een grotere bedreiging dan IS”, twitterde Shadi Hamid van de Amerikaanse denktank Brookings.

Het regime maakt geen onderscheid tussen de nu verboden Moslimbroederschap en terroristen. Honderden Moslimbroeders zijn de afgelopen maanden ter dood veroordeeld, onder wie voormalig president Morsi. Volgens critici zorgt de harde aanpak er juist voor dat aanhangers van de Moslimbroederschap radicaliseren.