Een stille held die 669 Joodse kinderen redde van de gaskamer

Nicholas Winton (1909-2015)

De Britse Schindler

Beurshandelaar redde vlak voor de oorlog 669 Joodse kinderen uit Tsjechoslowakije.

Foto MICHAL CIZEK/AFP

filmpjes op YouTube. In het BBC-programma ‘That's life’ wordt Nicholas Winton in het zonnetje gezet. Bijna vijftig jaar had deze voormalige beurshandelaar gezwegen over wat hij had gedaan, totdat zijn vrouw in 1988 op zolder een lijst vond met namen, foto’s en documenten van Joodse kinderen. Allemaal mensen die hij vlak voor de oorlog had gered van het concentratiekamp.

De presentatrice laat een kopie van die lijst zien en vertelt dat een van de mensen op de lijst, Vera Diamant (nu Vera Gissing) aanwezig is in de studio. En dat ze naast Winton zit. Die is volledig verrast. De twee omhelzen elkaar, Winton pakt zijn pochet uit zijn borstzakje om een traan weg te vegen, en de mensen in de studio barsten los in applaus.

Dan komt het. De presentatrice vraagt: „Is er iemand in de studio die zijn leven dankt aan meneer Winston? Als dat zo is, kunt u alstublieft gaan staan.” Iedereen in de directe omgeving van waar Winton zit, komt overeind. Verbaasd kijkt de bejaarde man om zich heen. Een dertigtal mannen en vrouwen lacht hem toe. Hij knikt even, gaat weer zitten, en moet dan achter zijn dikke bril twee tranen wegpinken.

„Ik denk dat al de kinderen die gered werden, hun leven danken aan Nicholas Winton”, zei Vera Gissing later. Zij was elf jaar toen zij in juni 1939 met haar zus Eva en tientallen andere Joodse kinderen op een trein werd gezet die van Praag via Hoek van Holland naar Engeland ging. Deze trein was geregeld door Winton.

Een half jaar daarvoor was Winton, toen 29 jaar, op verzoek van een vriend naar Praag gevlogen. Tsjechoslowakije was net bezet door nazi-Duitsland. In Oostenrijk en Duitsland was in de Kristallnacht van 9 november een pogrom gehouden tegen alles wat Joods was. Veel Joden gingen op de vlucht, maar emigratie naar het westen was moeilijk. Winton zag met kampen in Tsjechoslowakije waar Joodse vluchtelingen in erbarmelijke omstandigheden leefden.

Het Verenigd Koninkrijk had toen al een speciaal programma voor Joodse kinderen in Duitsland opgezet. Kindertransport, heette dat – een standbeeld op Liverpool Street Station herinnert er nog aan. Joodse kinderen onder de zeventien mochten naar Engeland komen als ze een gastgezin hadden. Naar schatting 10.000 Joodse kinderen zijn zo ontkomen aan de Duitse bezetters.

Winton besloot vrijwel eigenhandig iets vergelijkbaars op te zetten voor joodse kinderen in Tsjechoslowakije. Met smeergeld, lobbyen, drammen, geheime deals met de Kriminalrat die baas was van de Gestapo in Praag, en geldinzamelingen wist hij voor elkaar te krijgen dat zeven treinen met in totaal 669 kinderen konden vertrekken. Het waren bijna allemaal Joden. Overlevenden hebben verteld dat dit gepaard ging met aangrijpende scenes van ouders die op het station afscheid moesten nemen van hun kinderen – en zelf bijna allemaal zijn vermoord in de concentratiekampen.

Met de achtste trein ging het mis. Die zou op 1 september 1939 vertrekken, met ongeveer 250 kinderen. Dat was de dag dat Hitler Polen binnenviel. Alle buitengrenzen gingen dicht, de trein mocht niet weg. Bijna geen van hen heeft de oorlog overleefd.

Zelfs aan zijn vrouw had Winton niets verteld hierover, ook niet toen hij later voor liefdadigheidsinstellingen ging werken. Vergelijkingen met Oskar Schindler, de Duitse industrieel die in Polen Joden in zijn fabriek liet werken om hen te redden van de concentratiekampen, wees hij van de hand. Die had volgens hem veel meer persoonlijk gevaar gelopen, net als Raoul Wallenberg, de Zweedse diplomaat die duizenden joden heeft geholpen in Hongarije.

Op het station in Praag staat een standbeeld dat herinnert aan de treinen van Winton. Hij is 106 jaar geworden.