Dumoulin wil in Utrecht wel ijs maar geen pinda’s

Favoriet Tom Dumoulin doet een oproep aan de wielerfans. Geniet zaterdag voluit van de Tourstart maar respecteer de renners. „Ik ben geen aapje.”

Tom Dumoulin tijdens het NK tijdrijden in Emmen vorige week. Foto ANP/VINCENT JANNINK

Pok, wat ploft daar tegen z’n hoofd? Tom Dumoulin draait in opperste concentratie op de rollen warm voor een tijdrit. Verstoord kijkt hij op. ‘Klik’, foto. En voor hem op straat ligt een pinda, door een toeschouwer naar zijn hoofd gegooid voor een exclusiever plaatje.

„Vorig jaar in de Eneco Tour en ook in de Tour de France was het heel vervelend”, vertelt de Nederlandse favoriet voor de openingstijdrit in de Tour, zaterdag in Utrecht. Daar zit je dan als wereldtopper een warming-up te doen naast de ploegbus, door slechts een dun lintje gescheiden van al te opdringerige fans. „Ze waren echt ongelofelijk brutaal”, kijkt Dumoulin terug. „Ik voelde me net een aapje in de dierentuin. Ik denk ook dat ik me nu iets meer ga afschermen. Dat is jammer maar blijkbaar moet het. Mensen zijn zo brutaal.”

Drie belangrijke tijdritten won Dumoulin (24) dit seizoen al, tegen internationale toppers als Fabian Cancellara en Tony Martin. Pakt een Nederlander voor het eerst sinds Erik Breukink in 1989 de gele trui? Vragen over zijn favorietenrol, hij praat zich er rustig doorheen maar kan er weinig mee. „Ik heb er vooral veel zin in.”

Logisch dat de fans straks massaal naar Utrecht komen om hem te zien, ook bij zijn warming-up. Maar er zijn grenzen, stelt de Limburger weloverwogen bij de voorstelling van de Tourploeg van Giant-Alpecin, gisteren in het Academiegebouw naast de Dom. „Uiteindelijk is dit wél het belangrijkste sportmoment van mijn jaar, misschien wel van mijn carrière. Als dan iemand pinda’s staat te gooien tegen mijn hoofd omdat ik moet opkijken voor zijn foto, gaat dat echt te ver. Daar kan ik me echt boos om maken.”

Steeds vaker proberen de ploegen hun bussen en wagenpark bij de start zo neer te zetten, dat opdringerige fans op afstand worden gehouden. Terwijl de warming-up bij een tijdrit de enige plek is waar je de favorieten langdurig van dichtbij kunt zien. „Het is de charme van het wielrennen dat iedereen dichtbij kan komen”, vindt ook Dumoulin. „Ik vind niet dat we ons helemaal moeten afsluiten. Tot een uurtje voor de start ben ik echt wel aanspreekbaar, wil ik best een handtekening zetten. Maar je gaat toch ook niet een half uur voor de finale van de Champions League de kleedkamer inlopen, tegen iemand aantikken en zeggen: ‘ik wil een foto van je maken.’ Dat is ondenkbaar.”

Verhitte menigte of niet, ook voor de race tegen de klok over 13,8 kilometer in Utrecht houdt hij vast aan zijn rituelen. „Drie kwartier voor een tijdrit, als ik met mijn planning begin, app ik nog even met mijn vriendin. Ja, dan wacht ik nog even op antwoord. Als ik dat niet meteen krijg, kijk ik later nog even. Dat vind ik wel belangrijk, al ga ik er niet minder van rijden als ik niets hoor. Ze laat me dan met rust. Daarna zit ik in mijn eigen wereldje, vanaf drie kwartier van tevoren krijg ik niets meer mee om me heen.”

De verwachtte hitte? „We zijn goed voorbereid. We hebben een slush-puppy, een ijsje dat de kerntemperatuur van het lichaam doet dalen. We hebben koelvesten, heel veel water om over je heen te gooien. Normaal doe ik een warming-up van twintig minuten, dat zal nu iets korter zijn omdat het zo warm is. Tien minuten voor de start van de rollerbank af en ga ik me klaarmaken. Dan heb ik alles aan wat ik aan moet hebbeen. De laatste dingen, helm op.” Aftellen, starten. En laat het publiek dan maar juichen.