De AIVD moet meer mogen, vindt hij

Minister Plasterk komt vandaag met zijn wetsvoorstel voor het verruimen van de bevoegdheden van de geheime diensten. „Als we deze wet erdoor krijgen, dan hebben we voor de komende twintig jaar vastgelegd hoe onze diensten met veiligheid en privacy omgaan.”

Neem nou de zoektocht naar nog onbekende jihadisten, zegt minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA). Straks krijgt de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst meer mogelijkheden om hen in het vizier te krijgen.

De ruimere bevoegdheden voor de dienst staan in het langverwachte wetsvoorstel voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten waar Plasterk en minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) vandaag mee komen.

Het speurproces wordt in drie delen opgeknipt en bij elke stap moet de minister toestemming geven. Stap één is het opslaan van metadata. Bijvoorbeeld: alle Nederlandse telefoonnummers die gebeld hebben met Syrië. Als de AIVD die nummers vervolgens wil vergelijken met de lijsten telefoonnummers van mensen die ze al in het oog hebben, is dat stap twee. Stap drie is ook de inhoud van de geselecteerde communicatie bekijken.

De oude Wet op de Inlichtingendiensten voldoet niet meer, constateerde de commissie-Dessens eind 2013 al in een evaluatie. Nu mogen de diensten op de kabel (waar bijvoorbeeld het internetverkeer doorheen gaat) alleen gericht zoeken. Communicatie via de ether (zoals met satelliettelefoons) mag wel ongericht en in bulk worden afgetapt. Maar het grootste deel van de communicatie verloopt tegenwoordig via internetkabels, dus in de nieuwe wet vervalt dat onderscheid.

De geheime diensten mogen dus straks ongericht álle soorten communicatie doorzoeken?

Plasterk: „Nee, er moet altijd een doel aan de activiteiten van de diensten verbonden zijn en ze moeten proportioneel zijn. Het voorbeeld van het registreren van telefoonverkeer tussen Syrië en Nederland, zeg gedurende een maand, dat zou ik een proportioneel middel vinden in de zoektocht naar Syriëgangers. Maar bijvoorbeeld een maand lang alle telefoongesprekken vanuit gemeente X afluisteren, niet. Maar het is overduidelijk dat we grote gegevenssets nodig hebben om bedreigingen als jihadisme en cyberspionage van andere landen of hackers, tegen te gaan.”

Als de diensten meer mogen, moeten ook de waarborgen verstevigd worden, waarschuwde Dessens. De commissie stelde voor om de toezichthouder op de diensten, de CTIVD, het recht te geven het spioneren te laten staken als de toezichthouder de inbreuk op de privacy te groot vindt.

Waarom neemt u deze aanbeveling niet over?

„De toezichthouder moet toezicht houden en niet op de stoel van de minister gaan zitten. Dus regelen we het zo dat áls de toezichthouder bezwaar maakt en de minister toch besluit om door te gaan met het tappen, de minister meteen het parlement daarover moet inlichten, de commissie-Stiekem waar de fractievoorzitters in zitten.

„Stel dat mijn dienst zegt: hier gebeurt iets heel bedreigends. Ik zet mijn handtekening om te tappen, maar de toezichthouder houdt het tegen omdat die het niet proportioneel vindt. Stel dat er iets vreselijks gebeurt, wie is dan politiek verantwoordelijk voor de keuze om niks te doen? In praktijk zal dit zich heel weinig voordoen, hoor. Ik volg bijna altijd het advies van de CTIVD op.”

Hoe vaak volgt u hun advies dan níet op?

„Ik houd daar geen statistieken van bij, maar ik denk dat ik de toezichthouder in 95 procent van de gevallen volg.”

Deskundigen zeggen: laat de rechter oordelen of een tap gerechtvaardigd is. Die is nog onafhankelijker dan de toezichthouder.

„Dat was geen advies van Dessens. Je moet wel kunnen werken. In landen waar dit gebeurt zijn het vaak algemene toestemmingen. Daar schiet je ook niks mee op.”

U schrapt in de rapporten van de toezichthouder. In 2014 heeft u de aantallen taps zwart gemaakt, terwijl de CTIVD kennelijk vond dat die informatie gewoon openbaar kan worden.

„Al mijn voorgangers en ik hanteren de lijn dat we niet over de modus operandi van de dienst spreken en dus ook de aantallen niet openbaar maken. Dat is één keer wel gebeurd, in 2009. Maar ik volg de lijn om niets te zeggen over de werkwijze van de diensten.”

Justitie maakt wel gewoon bekend hoeveel taps de politie plaatst. Waarom kan dat niet bij de AIVD?

„Omdat we dan meteen de vervolgvraag krijgen wat we dan nog méér publiek kunnen maken. Het aantal keer dat we ergens insluipen, of hoeveel richtmicrofoons we plaatsen. Dus helemaal niets bekendmaken over de werkwijze is de helderste lijn.”

In de commissie-Stiekem is ook besproken of die aantallen niet gewoon openbaar kunnen worden. Het zou toch veel mist wegnemen?

„Natuurlijk zal het publiceren van die aantallen geen wereldschokkend effect hebben. Maar alle goede diensten in het buitenland houden ook vast aan geheimhouding hierover.”

Welke voorwaarden hanteert u om informatie met buitenlandse geheime diensten te delen?

„Dat verbaasde me toen ik aantrad als minister: voor elke binnenlandse tap moest een handtekening gezet worden, maar voor de uitwisseling met buitenlandse diensten was één keer goedkeuring van het hoofd van de AIVD genoeg. Dat hebben we inmiddels aangepast.”

Over uw aantreden gesproken; de inmiddels standaard kritiek is dat u weinig te doen heeft. Hoe ondergaat u dat?

„Ik heb dat altijd raar gevonden. Alleen omdat de politie is weggehaald bij Binnenlandse Zaken? Toen ik op het ministerie van Onderwijs zat en Guusje ter Horst hier minister was, had zij nog een extra staatssecretaris rondlopen, die deed binnenlands bestuur en Koninkrijkszaken.”

Op welke hoogtepunten uit uw ministerschap kijkt u straks dan met trots terug?

„Als we deze wet nu erdoor krijgen, dan hebben we voor de komende twintig jaar vastgelegd hoe onze diensten met de combinatie van veiligheid en privacy omgaan. Dat luistert heel nauw.

„En je hoort er nu weinig meer over, maar we zijn met een echte stelselverandering bezig door de decentralisaties, het overhevelen van de taken naar de gemeenten.”

De Tweede Kamer bespreekt die decentralisaties anders vooral met de vakministers.

„Nou, ik heb vorig jaar vier debatten in de Kamer hierover gehad. Maar de Kamer heeft zichtbaar het landelijk beleid naar de gemeenten gebracht. De rol van Binnenlandse Zaken was om te zorgen dat het goed landt aan de andere kant. Dit is echt de grootste verandering die nu bezig is in het openbaar bestuur.”