Chinezen ontdekken Lego

Foto AFP

Wat gebeurde er in Azië terwijl je sliep? Onze correspondenten praten je bij.

Lego begint populair te worden in China. De afgelopen twee jaar is de verkoop aan Chinese consumenten met 50 procent gestegen. Woordvoerder Trangbaek schrijft het succes toe aan de opkomst van een middenklasse, maar de South China Morning Post heeft een andere verklaring.

‘De Chinezen hebben traditioneel gezien weinig aanleg voor inventiviteit’, schrijft de krant. Nu premier Li Keqiang zo hamert op innovatie, is dat aan het veranderen. De SCMP vertelt over de vier jaar oude Yuanzi die ieder weekend een lego-klas volgt in Shanghai. Zijn ouders zijn er van overtuigd dat hij er logischer en creatiever van gaat denken.

Vorig jaar begon de Deense blokjesproducent aan de bouw van een fabriek in de stad Jiaxing. Het moet de op twee na grootste legofabriek ter wereld worden. Er worden 1.500 mensen aangenomen die de blokjes zullen verpakken en klaar zullen maken voor verkoop in China, maar ook in bijvoorbeeld Japan en Zuid-Korea.

De fabriek moet in 2017 klaar zijn. Lego onderzoekt nu hoe populair het speelgoed precies is bij de Chinese kinderen. Voor het einde van het jaar wil het bedrijf tachtig winkels openen.

Grootste bedreiging voor Lego in China zijn de namaakblokjes. Een typisch doosje lego met 250 blokjes kost 169 yuan, een namaakversie kost 45 yuan. De moeder van Yuanzi weet wel waar ze voor kiest: “Ik weet dat plastic blokjes die voldoen aan de EU standaard veiliger zijn dan de blokjes die in China gemaakt worden.” Niettemin kondigt Trangbaek aan het intellectueel eigendom van Lego te zullen beschermen, niet alleen in China, maar wereldwijd.

Panasonic komt met robotpak

Nog even en bouwvakkers veranderen in robots. Het Japanse Panasonic brengt in september een robotpak op de markt dat hen helpt bij het optillen van zware dingen. Dat meldt Nikkei Asian Review.

Het pak weegt zes kilo en kan tot 15 kilo tillen. Als de drager van het pak bukt om iets op te tillen gaat de motor automatisch aan om het bovenlichaam te helpen zich op te richten. Zo wordt de rug ontzien. Het draagbare pak is een flinke verbetering ten opzichte van een eerder pak. Daar moest je nog in gaan staan om het te laten werken, zoals in dit filmpje uit 2013 te zien is.

Goedkoop is het pak niet. Het kost ongeveer een miljoen yen (7.322,92 euro). Maar een maandje huren kan ook, voor 50.000 yen (366,15 euro). Panasonic verwacht er duizend per jaar te verkopen. De volgende generatie pakken is ook al in de maak. Het pak dat in 2020 op de markt komt moet 80 kilo kunnen optillen.

Birma is mijnenveld voor buitenlandse bedrijven

Het begint duidelijk te worden hoe moeilijk het is voor buitenlandse bedrijven om hun producten in Birma naar de markt te brengen. Financial Times schrijft over de Birmese partner van Coca Cola, Pinya Beverages. Directeur Daw Shwe Cynn is óók directeur van Xie Family Company. Dat bedrijf haalt jade uit de grond voor een omstreden militair bedrijf dat zich schuldig heeft gemaakt aan landonteigening, milieuvervuiling en geweld tegen demonstranten.

Op zich kan dit allemaal geen kwaad voor de zaken die Coca Cola in Birma wil doen. Maar dat dit nu uitkomt, twee jaar nadat Coca Cola in zee ging met Daw Shwe Cynn, zorgt voor vraagtekens. Waarom heeft ze dit destijds niet gezegd? Juman Kubba, onderzoeker bij de Britse NGO Global Witness vreest dat dit soort problemen vaker voor zal komen.

Helaas zal Coca Cola niet het laatste westerse bedrijf zijn dat lijken vindt in de kast van de Birmese partner. Wijdverbreide geheimzinnigheid en ondoorzichtigheid in het land maken het moeilijk om te weten met wie je nu eigelijk te maken hebt en wat ze nog meer doen.

Birma heeft vijftig miljoen inwoners en is dus een aantrekkelijke markt, ware het niet dat het land gevormd is door de repressie van de militaire leiders die nauw verbonden waren met industriële leiders. De Verenigde Staten heeft alvast meer dan 100 mensen en instellingen op een zwarte lijst gezet.