‘Als het een week lang 1 graad warmer is dan normaal, gaan er dertig mensen extra dood’

Dat stond afgelopen maandag op de website van de NOS.

De aanleiding

Zwembadjes worden opgezet en gevuld, kinderen wapenen zichzelf met waterpistolen in de ene hand en een raketje in de ander en ventilatoren worden afgestoft en draaien overuren. In dierentuinen zijn er fruitijsjes voor apen, een bad voor een emoekoppel en vislolly’s voor de ijsberen. Het zal niemand ontgaan zijn: het is warm deze week.

Zo warm zelfs, dat afgelopen dinsdag het Nationaal Hitteplan van kracht werd. Het hitteplan is opgesteld door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en vooral bedoeld voor zorgprofessionals en hulpdiensten. Die moeten erop letten dat er maatregelen worden getroffen om gezondheidsproblemen bij kwetsbare groepen te voorkomen. Ouderen bijvoorbeeld, chronisch zieken en mensen met overgewicht.

De zomerhitte is dus een gezondheidsrisico voor bepaalde groepen. Volgens Mark van Bruggen van het RIVM is hitte zelfs mogelijk levensgevaarlijk. Wanneer het warm weer is, overlijden er namelijk meer mensen, zegt Van Bruggen. „Als het een week lang 1 graad warmer is dan normaal, gaan er dertig mensen extra dood”, zegt hij op de website van de NOS.

Is dat echt zo? Voor de zekerheid: we hebben het over temperatuurstijging in de zomer, want in die context werd de uitspraak gedaan.

Waar is het op gebaseerd?

Het CBS heeft tweemaal onderzoek gedaan naar extra sterfte door hitte: in de zomer van 2003 en de zomer van 2006. De uitspraak van het RIVM werd gedaan op basis van het onderzoek uit 2006, dat gebaseerd is op gegevens over de periode van 15 mei tot 6 augustus 2006.

En, klopt het?

We pakken het onderzoek van het CBS erbij. Daarin staat dat hogere temperaturen een hogere sterfte tot gevolg hebben. Maar, extra sterfte door hitte, hoe meet je dat?

Het CBS heeft hiervoor het ‘langjarig temperatuurgemiddelde’ vanaf 1981 gebruikt. Dat betekent: de gemiddelde temperatuur van die jaren, in diezelfde periode, wordt vergeleken met de weektemperatuur in de zomer van 2006. In, bijvoorbeeld, juli 2006 lag de gemiddelde maximumtemperatuur volgens het KNMI 6,6 graden Celsius boven het langjarig gemiddelde, gemeten in De Bilt.

Ook werden de sterftecijfers tussen 15 mei en 6 augustus 2006 per week geregistreerd. In een gemiddelde julimaand overlijden in Nederland wekelijks ongeveer 2.500 mensen. In juli 2006 waren het er gemiddeld 2.730 per week.

Het is overigens niet zozeer de hitte zelf die mensen het leven kost. Het zijn bijvoorbeeld hart- en vaatproblemen die het gevolg zijn van de hitte die dodelijk zijn. Het hart van gezonde mensen is sterk genoeg om extra inspanningen te leveren. Jonge mensen merken daarom over het algemeen minder van het warme weer dan ouderen.

De extra sterfte als gevolg van hoge temperaturen kan niet exact worden geregistreerd, staat er in het rapport. Het is een schatting met een onzekerheidsmarge.

Vrouwen werden meer getroffen door de hitte dan mannen in de zomer van 2006. Elke graad stijging van de gemiddelde maximumtemperatuur leidde tot naar schatting 22 extra overleden vrouwen per week en negen extra overleden mannen. Nogal een verschil.

Dat komt doordat de hoogste leeftijdsgroepen meer vrouwen dan mannen tellen. „Onder de oudsten eist de warmte haar hoogste tol”, staat er in het rapport. En: oudere vrouwen zijn veel vaker alleenstaand dan oudere mannen en daardoor mogelijk kwetsbaarder.

Per graad temperatuurstijging komt dat uit op 31 extra overledenen, met een marge van plusminus acht, aldus het CBS.

Conclusie

Hoe aangenaam ook, zomerhitte kan gevaarlijk zijn. Zo gevaarlijk zelfs, dat er bij elke graad warmer dan het langjarig gemiddelde, er ongeveer dertig mensen extra omkomen per week. Hoewel er een foutmarge is ingebouwd, beoordelen we de stelling als waar.