4 vragen over: bescherming toekomstig kind

Ach, ééntje? Eén sigaretje dan? En één glaasje wijn. Daarvan zal je als zwangere vrouw nog wel eens denken: het kan wel. Maar hoe vaker je dat zegt, hoe sneller de Kinderbescherming bij je op de stoep staat. Tenminste, als het aan de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ligt. Dat bepleitte in een rapport dat gisteren verscheen dat jeugdzorg ongeboren kinderen in bescherming zou moeten kunnen nemen tegen hun moeders, als die tijdens de zwangerschap doorgaan met roken en drinken. Het is een „ongevraagd advies” aan de ministers van Veiligheid en Volksgezondheid, aldus Sonja de Pauw Gerlings, kinderrechter en lid van de Raad. „Er is veel onwetendheid over de risico’s, de intelligentste mensen roepen nog dat paar glazen alcohol best kunnen.”

1 Wat stelt de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming nu precies voor?

De gevolgen van roken en drinken tijdens de zwangerschap kunnen „vergaand en blijvend” zijn en te veel vrouwen schatten die risico’s niet goed in, vindt de Raad. Daarin moet verandering komen én het moet voor hulpverleners gemakkelijker worden om „beschermend in te grijpen” tijdens de zwangerschap. Nu kan een jeugdhulpverlener alleen ingrijpen als de moeder kampt met een verslaving of psychische stoornis. Hoe zou dat ingrijpen eruitzien? Het liefst met zachte hand, met overtuigingskracht, zegt De Pauw Gerlings: „Als je een vrouw een akelig filmpje laat zien over de gevolgen van haar alcoholgebruik voor haar kind, denkt ze hopelijk dat ze dát haar kind niet wil aandoen.”

Maar het zou verder kunnen gaan. De kinderrechter zou een ongeboren kind onder toezicht moeten kunnen stellen, vindt de Raad, of uit huis laten plaatsen. Waarbij het toezicht dan gericht is op een gedragsaanpassing van de moeder, en uithuisplaatsing van een ongeboren kind betekent: direct na de geboorte uit huis. „Wat nu al helpt zijn onverwachte huisbezoeken bij zwangere vrouwen”, zegt De Pauw Gerlings. „Dreigen werkt al.”

Het advies richt zich op ernstige gevallen, niet op die vrouw die „twee sigaretjes rookt en een roseetje bij het eten drinkt”, zegt De Pauw Gerlings. „Al zou het mooi zijn als er een discussie op gang komt over dit onderwerp, zodat de sociale controle toeneemt.”

2 Heeft de overheid wel iets te zeggen over het rook- en drinkgedrag van zwangere vrouwen?

Een ongeboren kind moet volgens de Raad ook een toekomstig kind worden – in juridische zin. Tussen die twee bestaat een verschil, en daarin zit nu de crux: een kind is pas een rechtspersoon als het levend ter wereld komt. Een foetus is daarom niet als ‘mens’ te beschermen. Maar, zegt de Raad, dit gaat om de belangen van het „toekomstige geboren kind”. Dat heeft er baat bij dat de zwangere vrouw niet rookt en drinkt en zou daarom vanuit dat oogpunt beschermd moeten worden.

Na 24 weken krijgt de foetus al ‘meer te zeggen’: dan is de termijn verstreken waarin een vrouw abortus kan plegen. Dan gaan de belangen van de foetus dus zwaarder wegen dan het zelfbeschikkingsrecht van de moeder. Die 24-wekengrens is goed voor abortuswetgeving, maar niet voor bescherming tegen schadelijk gedrag, vindt De Pauw Gerlings. „Vroeg in de zwangerschap kan al grote schade berokkend worden. Zolang je nog niet tot abortus hebt besloten, dien je de foetus te beschouwen als toekomstig kind. Die wettelijke aanpassing is niet vreselijk ingewikkeld.”

3 Hoe is de bescherming van ‘toekomstige kinderen’ in andere landen geregeld?

Een zaak die vorig jaar speelde in het Verenigd Koninkrijk is exemplarisch. Toen werd een Britse vrouw zeven jaar na haar zwangerschap aangeklaagd omdat ze tijdens de zwangerschap zwaar was blijven drinken. Haar dochtertje had zware hersenbeschadiging opgelopen en kreeg op 7-jarige leeftijd te kampen met een leerachterstand. De rechter bepaalde echter dat de vrouw niet strafbaar was: tijdens de zwangerschap was haar dochter nog geen ‘zelfstandig individu’ en dus geen slachtoffer.

Het is moeilijk wettelijk gevolg te geven als een moeder besluit haar slechte gewoonten niet op te geven. In verschillende Amerikaanse staten zijn er zaken geweest tegen vrouwen die drugs gebruikten tijdens de zwangerschap. Zij werden vaak via creatieve omwegen vervolgd: voor het verschaffen van drugs aan een minderjarige (via de navelstreng), verwaarlozing, vergiftiging. Meestal bleek dat in hoger beroep echter onhaalbaar.

Noorwegen vormt wat dat betreft een uitzondering. Een speciaal wetsartikel maakt het daar mogelijk om – psychisch gezonde – zwangere vrouwen die zwaar roken, drinken of drugs gebruiken te laten opnemen voor de duur van de zwangerschap. In de praktijk dat pas een enkele keer toegepast.

4 Hoe slecht is dat nou, roken en drinken als je zwanger bent?

Er bestaat eigenlijk geen twijfel: (mee)roken, drinken en drugsgebruik tijdens de zwangerschap zijn schadelijk voor het kind. Maar hoe schadelijk? Dat is een wetenschappelijk mijnenveld. Duidelijk is dat roken het risico verhoogt op een vroeggeboorte, ondergewicht, verminderde longfunctie en aangeboren afwijkingen. Drinken kan leiden tot het foetaal alcoholsyndroom (FAS), waarbij de baby zware lichamelijke en geestelijke afwijkingen kan oplopen. Vaak een gevolg van drankmisbruik, maar het kan sneller optreden, zegt Martha Krijgsheld van de FAS Stichting Nederland: „Twee vrouwen zitten in de bar en ze drinken evenveel. Dan kan de ene vrouw een perfect gezond kind ter wereld brengen en de ander een kind met problemen. Dat is niet te zeggen.”

Maar dat ene wijntje op dat terras, dat kan toch niet echt kwaad? „Eerlijk? We weten het gewoon niet”, zegt onderzoeker Anja Huizink van de VU Amsterdam. „Er is geen bewijs dat één druppel alcohol al meteen schadelijk is, maar een ondergrens is er ook niet.” Daarom, zegt Huizink, is het advies dat je geen druppel mag drinken.

Overigens vraagt Martha Krijgsheld zich af of het voorstel van de Raad geen keerzijde heeft. Een zwangere moet wel wel eerlijk kunnen zijn over ongezond gedrag, óók als ze rookt of drinkt: anders zullen artsen haar en de baby niet kunnen helpen. Krijgsheld: „Doen ze dat ook nog als daar juridische consequenties aan kleven? Het laatste wat je wil is dat zwangere vrouwen zorg gaan mijden.”