Wist u dat de coalitie de kalief juist helpt?

De buitenwereld raakt vanzelfsprekend steeds meer gefixeerd op de Islamitische Staat. Niet alleen hier maar ook in het groeiende aantal landen in het Midden-Oosten die mikpunt zijn van de terreurmachine van de kalief en die van verwante groepen. Er zijn geen duizend doden nodig om een land te ontregelen. Kijk maar naar Tunesië, waar twee relatief simpele aanslagen op buitenlandse toeristen de pijler waarop de economie rust wegslaan. Was u nog van plan naar Tunesië te gaan, dit seizoen? Nee toch?

Ik zag al een heel pessimistische maar jammer genoeg niet zo vergezochte voorspelling dat dit enige succes van de ‘Arabische Lente’ straks zijn grensgebied met het zwarte gat Libië aan de extremisten gaat verliezen, en zo verder. In elk geval produceert Tunesië genoeg jonge jihadisten. Mogelijk mede als erfenis van de keiharde onderdrukking van alles wat op fundamentalisme leek onder Ben Ali, die nu zelf geestig genoeg in Saoedi-Arabië zit.

Genoeg. Ik wilde alleen maar duidelijk maken dat intussen Bashar al-Assad echt gehéél van het aandachtstoneel is verdwenen. Ik sprak vorige week Oula Ramadan, een jonge Syrische vrouw die vanuit Istanbul dappere burgeractivisten in rebellengebied aanstuurt. Die activisten proberen wat tegenwicht te bieden aan de indoctrinatie door hun nieuwe machthebbers. Dus stiekem een groepje kinderen een paar normale lessen geven. Een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid – ‘gezichtssluier is geen verplichting’ op de muren kalken. De herinnering aan wat normaal was levend houden. Dat wordt allemaal steeds moeilijker naarmate de Islamitische Staat en andere extreme rebellengroepen hun greep versterken op wat ooit ‘bevrijd gebied’ heette.

Maar Oula legde ook uit hoe de internationale strijd tegen de IS c.s. de extremisten juist helpt. Neem Deir es-Zor, zei ze, de meest verwoeste stad van Syrië. De ene helft is in handen van Assad, in de andere heeft de IS de macht. Helikopters van de regering voeren vanaf het vliegveld van Deir es-Zor terreurbombardementen uit op woonwijken in handen van rebellen met de beruchte vatbommen – olievaten gevuld met explosieven, spijkers en schroot, of met chloorgas. De internationale coalitie probeert nu met luchtaanvallen te voorkomen dat de IS dat vliegveld in handen krijgt. „Wat ziet de bevolking? Dat de coalitie Assad in staat stelt zijn bombardementen met vatbommen voort te zetten. Dus vóór Assad en zijn vatbommen kiest.” Kassa voor de IS en zijn soortgenoten.

Assad moet weg, zei Oula, hij is de wortel van alle ellende. In 2000, toen ze 19 jaar oud was, zette ze zich al in voor democratische hervormingen na de dood van Hafez al-Assad en het aantreden van Bashar. Maar hij bleek hetzelfde als zijn vader. „In 2011, toen het volk in opstand kwam, kregen we échte hoop voor Syrië. De tragische toestand van het Syrische volk maakt ons” – ze pauzeerde even – „minder hoopvol. Maar we kunnen niet doorgaan zonder hoop.”