Wat moet de Griek stemmen?

Plan van Eurogroep zal de economie op korte termijn geen goed doen. Een ‘nee’ dus, of toch beter ‘ja’?

Bouwkraan in Thessaloniki, een van de steden die zijn haven moet privatiseren volgens plannen van de eurogroep en het IMF. Foto Konstantinos Tsakalidis/Bloomberg

De Griekse premier Tsipras laat er geen misverstand over bestaan. De hervormingen die de Eurogroep en het IMF van Griekenland eisen in ruil voor financiële steun, leggen een „ondraaglijk gewicht” op de toch al vermoeide schouders van de Grieken. Ze fnuiken het economische herstel en „ondermijnen” de samenleving als geheel. De Grieken kunnen dus niet anders dan ‘nee’ stemmen zondag bij het referendum.

De Eurogroep en het IMF zien het heel anders. Zij stellen juist dat de hervormingen Griekenland er weer bovenop zullen helpen – al zullen ze in eerste instantie pijn doen. Ze menen dat de Griekse regering haar burgers een valse voorstelling van zaken geeft over wat de voorstellen precies inhouden. Een nee-stem zou catastrofaal zijn. Grieken kunnen dus zondag maar beter ‘ja’ stemmen.

Wie heeft er gelijk? Anders gezegd: wat kan een gewone Griek zondag het beste stemmen?

Economen zijn er verdeeld over. „We zijn aanbeland in de tragische situatie dat voor de gewone Grieken een deal beter is dan geen deal”, stelt Valentijn van Nieuwenhuijzen, macro-econoom bij ING. „Al is de deal niet optimaal, verre van zelfs. Maar het alternatief is nog erger. Dat zou betekenen dat Griekenland in een veel ernstigere depressie belandt, met banken die sluiten, scherp stijgende werkloosheid en verder dalende inkomens.”

Bij een afwijzing van het voorstel zondag zal Griekenland zijn schulden zeker niet meer kunnen afbetalen en volgt mogelijk een vertrek uit de eurozone. Dat kan rampzalige economische gevolgen hebben: de drachme wordt opnieuw ingevoerd, er volgt een majeure devaluatie. Het spaargeld van gewone mensen is opeens nauwelijks meer iets waard.

Er zijn ook economen die juist stellen dat de Grieken wel gek zouden zijn als ze zondag akkoord gaan. De Amerikaanse econoom Paul Krugman riep de Grieken in The New York Times op om ‘nee’ te stemmen. Hij stelt dat Griekenland al zeer zwaar heeft bezuinigd, waardoor het begrotingstekort nu eigenlijk weer ruimschoots positief zou moeten zijn, en de overheid dus weer geld zou kunnen uitgeven. Maar dat is niet het geval juist vanwege de blinde bezuinigingen die Athene heeft doorgevoerd – op aandringen van haar geldschieters. Die waren fataal voor de economische groei. Krugman gaat er bij zijn stemadvies vanuit dat Griekenland na een ‘nee’ toch in de eurozone kan blijven.

Kapotbezuinigen

Ook econoom Bas Jacobs zei eerder deze week tegen de Telegraaf dat hij zich zorgen maakt over het „kapotbezuiningen”. „De eurozone blijft met een betonnen consistentie totaal gefaalde macro-economische politiek opleggen aan Griekenland”, aldus Jacobs. Maar hij zei wel dat voor stemmen altijd nog beter is dan tegen, vanwege de gevaren van een ‘Grexit’.

Van Nieuwenhuijzen van ING: „De Eurogroep en het IMF hebben absoluut bijgedragen aan het feit dat de problemen nu groter zijn dan noodzakelijk. „Het is nu kiezen tussen twee kwaden, en een ja-stem is de minste.”

Economen wijzen ook nog op een ander punt: de enorme schuldenberg van Griekenland. Die wordt volgens het voorstel waarover de Grieken zondag stemmen niet aangepakt. De schuldenberg leidt tot hoge rentebetalingen en aflossingen, al zijn de voorwaarden de afgelopen jaren al aanzienlijk versoepeld. Van Nieuwenhuijzen: „Het is treurig dat niemand erkent dat de staatsschuld onhoudbaar is. Schuldverlichting zou onderdeel moeten zijn van de deal.”

De meeste economen weten ook dat dat voorlopig geen optie is. Omdat met name regeringsleiders van Noordwest-Europese landen, Duitsland en Nederland voorop, hun kiezers hebben beloofd dat elke aan Griekenland geleende cent terugkomt. „Dat is het nadeel van een monetaire unie zonder politieke unie”, zegt Aline Schuiling, econoom van ABN Amro. „Dan walst de nationale politiek er soms dwars doorheen.” En dan worden er soms eisen gesteld die onhaalbaar zijn.