Wachtgeld wekt vooral woede en dekt afbreukrisico politici onvoldoende

Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg beëdigt Rik Grashoff (L, GroenLinks) en Erik Ronnes (CDA) als Kamerlid in de Tweede Kamer. Foto ANP / Jerry Lampen

Politici die na ontslag thuis op de bank zitten met wachtgeld, maken kiezers hoorndol. Beter om het afbreukrisico van politici te compenseren met een regeling voor terugkeer naar de oude werkgever. Stel een ‘burgerschapsverlof’ in, betoogt hoogleraar bestuurskunde Mark Bovens.

De bestaande wachtgeldregelingen zijn verworden tot  een bron van ressentiment en rancune. Wie bij Google de termen ‘wachtgeld’ en ‘graaiers’ combineert, krijgt bijna 20.000 hits. Op de golven van dit populisme zijn in de afgelopen jaren de wachtgeldregelingen bovendien steeds verder uitgekleed.

Afgelopen week nog heeft de Tweede Kamer een voorstel van minister Plasterk aangenomen om oudere politici niet langer dan vijf jaar – het was tien jaar – wachtgeld te geven als zij voorafgaand aan hun pensioen moeten aftreden. De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers was in 2010 en in 2012 ook al gewijzigd, waarbij de uitkeringsduur sterk was teruggebracht. Deze versoberingen hebben het vervullen van politieke ambten tot een zeer ongewis avontuur gemaakt. Wie de gok neemt om zijn baan op te zeggen om wethouder te worden en binnen 2 jaar moet opstappen, komt tegenwoordig al na 2 jaar wachtgeld in de bijstand terecht.

Toch is het zeer verstandig om voorzieningen te treffen voor burgers die politieke ambten bekleden. Zonder goede wethouders, gedeputeerden, Kamerleden en ministers is er geen goed functionerend openbaar bestuur. Zonder een goed functionerend openbaar bestuur is er geen solide democratische rechtsstaat en geen vitale economie. Je hoeft maar naar Rusland en Griekenland te kijken om te zien hoe belangrijk het is dat onze politieke bestuurders capabel en niet corrupt zijn. Dat geldt al helemaal voor de gemeenten die door de decentralisaties voor de burger de belangrijkste overheid gaan worden. Ons land kent een kleine 1800 politici die onder de bestaande wachtgeldregelingen vallen. De wethouders vormen daarvan de grootste groep, ongeveer 1500.

Tegelijkertijd is het voor capabele en integere burgers in ons land niet aantrekkelijk om wethouder te worden. Wie overstapt naar de politiek, daalt per direct in maatschappelijke status en achting. Alleen in bankiers hebben burgers tegenwoordig nog minder vertrouwen. Je moet 24/7 beschikbaar en bereikbaar zijn, en krijgt bovendien al snel te maken met haatmails, met verbaal geweld en soms zelfs met fysieke bedreigingen aan huis. De afbreukrisico’s zijn bovendien enorm. Tussen 2004 en 2014 zijn per jaar gemiddeld bijna 90 wethouders om politieke redenen tussentijds afgetreden. En na de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 kwamen 631 van de 1353 zittende wethouders niet meer terug, dat is een verloop van meer dan 40 procent.

Lees verder (€)

Mark Bovens is als hoogleraar bestuurskunde verbonden aan de Universiteit Utrecht en is daarnaast lid van de WRR. Een uitgebreide toelichting op dit voorstel verscheen onlangs in het Nederlands Juristenblad.