VS laten zien hoe de grondwet de burgers kan beschermen

Beslissingen van het Amerikaanse Supreme Court kunnen grenzen verleggen, harten sneller doen slaan en monden laten openvallen. Zowel van boosheid als blijdschap. Vorige week gebeurde dat met de officiële erkenning van het homohuwelijk door het Hooggerechtshof. Die kwam na klachten van een aantal direct gedupeerden, die daarvoor in de grondwet steun zochten. En ook kregen.

Het Supreme Court beslechtte een politiek en cultureel-religieus strijdpunt over de vraag voor wie het huwelijk écht bestemd is. Een spectaculaire uitspraak, die met één stem meerderheid werd genomen. En aanleiding gaf tot juridische teksten van zo’n romantische schoonheid dat trouwambtenaren overal ter wereld er nog jaren nieuwe paren mee kunnen aanmoedigen, hetero én homo.

Deze grondwet dateert van 1798; het veertiende amendement dat principieel gelijke burgerrechten garandeert, uit 1868. De Amerikaanse constitutionele rechtspraak bewees dat verstofte wetgeving uit een achterhaalde samenleving prima bruikbaar is om een geleidelijke omslag in het denken over het homohuwelijk te bevestigen.

Had de Amerikaanse volksvertegenwoordiging deze heikele kwestie niet moeten oplossen, eerder dan de rechters? Was dat niet eerlijker, democratischer geweest? Rechter Kennedy herinnert er in de uitspraak aan dat over fundamentele burgerrechten niet gestemd kan worden. Die „hangen niet van enige verkiezing af”. Het nut van een grondwet is dat grondrechten principieel worden uitgezonderd van de „wisselvalligheden van politieke controverse”. Zodat ze „buiten bereik van meerderheden of en ambtenaren worden geplaatst” en ze „worden gevestigd als wettelijke principes, klaar om te worden toegepast door de rechtspraak”.

De rechtspraak heeft daarover dus een absoluut gezag. Tot hoever het democratische proces is gevorderd, doet er niets toe, aldus Kennedy. Het is een juridische vraag of homo’s mogen trouwen, geen politieke. Verder is in de VS onomstreden dat burgers zich bij de rechter rechtstreeks op de grondwet mogen beroepen.

Op zulke vierkant geformuleerde constitutionele bescherming kunnen burgers in andere rechtsstaten alleen maar jaloers zijn. In Nederland vormt de grondwet slechts een toetsingkader voor het parlement, dat zichzelf ermee moet controleren, na geleerd advies van onder meer de Raad van State. De burger die zich hier ongelijk behandeld voelt, moet soelaas zoeken in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie of in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Alleen via die omweg is constitutionele bescherming in te roepen – mede daardoor speelt onze grondwet in het publieke debat geen rol. De VS laten zien hoe het anders kan.