Vlaamse LiteratuurcanonWolkers, Kellendonk en Vestdijk ontbreken

Joost van den Vondel

Joost van den Vondel en Hugo Claus zijn de belangrijkste schrijvers van de Nederlandse literatuur. De achttiende eeuw is te verwaarlozen en de faam van Wolkers, Vestdijk en Kouwenaar reikt niet tot in Vaanderen.

Tot die conclusies leidt De canon van de Nederlandse Literatuur vanuit Vlaams perspectief, die vandaag wordt gepresenteerd. De lijst van 51 boeken is samengesteld door een achtkoppige commissie letterkundigen, in opdracht van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Vlaanderen en het Vlaams Fonds voor de Letteren.

Aanvankelijk zou een lijst van vijftig boeken worden geselecteerd, maar na de dood van Jef Geeraerts op 11 mei dit jaar werd Gangreen te elfder ure toegevoegd. Alleen werk van gestorven auteurs kwam voor de canon in aanmerking. Ook moesten boeken minstens 25 jaar oud zijn.

Het grootste deel van de lijst, bestaat uit onomstreden auteurs als Hadewijch, Multatuli, Couperus, Van Ostaijen, Elsschot, Boon, Reve, Hermans en Mulisch.

Het Vlaamse perspectief toont zich in de keuze van schrijvers uit de twintigste eeuw. Nederlandse grootheden ontbreken. Wel is er plaats voor auteurs die in het noorden doorgaans minder aanspreken, zoals Cyriel Buysse, Maurice Gilliams en Richard Minne. Hugo Claus (De Oostakkerse gedichten en Het verdriet van België) kreeg twee plaatsen toebedeeld, net als Joost van den Vondel (Lucifer en Poëzy of verscheide gedichten). Vestdijk en Wolkers zijn wel besproken, zegt een commissielid. Men hoopt op een vergelijkbare canon met een Nederlands perspectief.