Vlaamse canon: wat in Vlaanderen wereldberoemd is

Om Stijn Streuvels en Cyriel Buysse kun je niet heen in Vlaanderen, blijkt uit de literaire canon „vanuit Vlaams perspectief”.

Geen Jan Wolkers of Simon Vestijk, wel Richard Minne en Cyriel Buysse. De canon van de Nederlandstalige literatuur „vanuit Vlaams perspectief”, die vandaag openbaar wordt, bevat andere namen dan een literaire canon vanuit Nederlands perspectief zou hebben. De Vlaamse canon van 51 boeken is opgesteld door een achtkoppige commissie, in opdracht van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Vlaanderen en het Vlaams Fonds voor de Letteren.

„Sommige boeken appelleren aan wat wij aan Vlaamse gevoeligheid en smaak hebben meegekregen”, zegt commissielid Hugo Brems, hoogleraar moderne letterkunde. „Stijn Streuvels, Cyriel Buysse, Gerard Walschap, daar kan je niet omheen in Vlaanderen. Alleen Richard Minne en Maurice Gilliams zijn auteurs die ook in België niet bij een breed publiek leven. Maar die wel door literatuurkenners hoog ingeschat worden.”

Een ander commissielid Samuel Mareel, expert op het gebied van de rederijkers en de zestiende eeuw: „Dat was een vreemd moment in de commissie, bij Minne, hoe snel we het daarover eens waren. Er is nauwelijks over gediscussieerd.”

Commissielid Bert van Raemdonck, specialist twintigste eeuw, kan uitleggen waarom de dichter Minne een Vlaamse klassieker is: „Ik ken weinig mensen die zijn werk lezen en dan niet achteraf zeggen: dat was nou eens een fijne ontdekking. Zijn poëzie heeft een soort stem of sfeer die nog sterk aanspreekt.” Brems: „Hij is een bescheiden dichter met een bescheiden soort poëzie, waar nooit stemverheffing in zit. Het lijkt met de losse pols geschreven. Dat charmeert. Het is misschien een toon die aansluit bij de niet al te luidruchtige Vlaamse manier van doen.”

De Leeuw van Vlaanderen van Hendrik Conscience is ook zo’n boek dat in Vlaanderen wereldberoemd is, maar in Nederland niet. Brems: „Een iconisch boek in de Vlaamse geschiedenis. Maar je kan erover discussiëren in hoeverre dat een literair meesterwerk is.” Van Raemdonck: „Er is hier geen dorp waar geen Consciencestraat is. Dat zit zo diep.”

Om in aanmerking te komen moest een boek klassiek zijn en meer dan 25 jaar oud, en de auteur inmiddels overleden. Zo werd na zijn dood in mei Gangreen 1 van Jef Geeraerts op de valreep toegevoegd. Brems: „Het is niet zo dat wij deze canon nu als dé waarheid poneren. Als mensen zich om welke reden dan ook geroepen voelen om daar een tegencanon tegenover te stellen, voelen wij ons niet aangevallen. Integendeel, deze canon geldt als een uitnodiging om dat te doen.” Het is ook een aanmoediging om een canon samen te stellen vanuit Nederlands perspectief. In Nederland bestaat alleen een ongeschreven canon.

Slauerhoff, Marsman, Hildebrand, Piet Paaltjens en Jan Wolkers zijn in de commissie genoemd en besproken. Maar zodra de lijst moest worden ingedikt tot vijftig titels, vielen ze af. Van Raemdonck: „Vestdijk had er bij jullie zeker opgestaan, zelfs als het een lijstje van tien geweest was. Bij ons is hij uiteindelijk afgevallen.”