Tweede Kamer: ‘trek accreditatie van Islamitische Universiteit in’

De rector van de Islamitische Universiteit ging te ver met zijn uitspraken, vindt een meerderheid in de Kamer.

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil de Islamitische Universiteit in Rotterdam (IUR) haar accreditatie afnemen, de officiële erkenning om onderwijs te geven. De Kamer vraagt minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) morgen onderzoek te beginnen naar ontneming van de accreditatie. CDA en PVV ondersteunen een motie daartoe van VVD en SP.

De IUR is in opspraak sinds deze krant eind 2013 berichtte over omstreden uitspraken van haar rector, Ahmet Akgündüz. In een pamflet gaf hij „goddelozen” en „mensen met een westerse levensstijl” de schuld van protesten tegen de Turkse regering. Daarna noemde hij Turks-Nederlandse kandidaten voor het Europees parlement „landverraders” en schreef hij dat de pro-Koerdische partij HDP een „partij van homo’s en Armeniërs” is. Het bestuur van de IUR, dat twee hbo-opleidingen aanbiedt, heeft nooit afstand genomen van de uitlatingen.

Bussemaker kan de rector niet tot aftreden dwingen, omdat de IUR niet wordt bekostigd door de overheid. Een Kamermeerderheid wil nu dat Bussemaker accreditatieorgaan NVAO opdracht geeft tot een onderzoek naar het afnemen van de accreditatie. Als de NVAO hierover advies heeft uitgebracht aan de minister, kan zij de accreditatie intrekken. Dit komt in de praktijk waarschijnlijk neer op sluiting van de IUR, waaraan nu zo’n 200 studenten en cursisten les volgen.

„Een instelling die jonge studenten opleidt, moet besef hebben van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als een rector dit soort uitspraken doet en het bestuur daar geen afstand van neemt, zegt dat iets over de kwaliteit van het onderwijs”, zegt Kamerlid Pieter Duisenberg (VVD). „Het is onbestaanbaar dat deze school met deze rector een goedkeuringszegel van de overheid draagt.”

Volgens Jasper van Dijk van de SP zijn de uitlatingen van de rector „belemmerend voor de integratie”.