Onderzoeksteam MH17 verwacht met hard bewijs te komen

Het internationale team dat het neerhalen van vlucht MH17 onderzoekt verwacht de toedracht uiteindelijk te kunnen bewijzen.

Het internationale team dat de daders van het neerhalen van vlucht MH17 voor de rechter probeert te krijgen, heeft de afgelopen maanden „grote vorderingen” gemaakt. „Ik ben hoopvol gestemd dat we deze zaak aan een rechter kunnen voorleggen”, zegt hoofdofficier Fred Westerbeke van het landelijk parket van het Openbaar Ministerie, coördinator van het team.

Justitie denkt zeker nog tot eind december nodig te hebben om het onderzoek af te ronden, en te beginnen met bijvoorbeeld verzoek tot uitlevering van verdachten.

De onderzoekers uit België, Australië, Maleisië, Oekraïne en Nederland in het joint investigation team koersen af op het „waarschijnlijke scenario” dat de Boeing 777-200 op 17 juli vorig jaar door een Boekraket is neergehaald. „Al het materiaal wijst daarop.” Maar justitie moet daarnaast óók alternatieve scenario’s van vooral de Russen met harde bewijzen kunnen „uitsluiten”, bijvoorbeeld dat het toestel van Malaysia Airlines door een ander toestel is neergeschoten. Dat is ook het verschil met de Onderzoeksraad voor Veiligheid: als die in oktober komt met een rapport waarover alle deskundigen het eens zijn, is dat voor justitie niet voldoende. „Wij moeten voor de rechter onweerlegbaar bewijs vergaren over de oorzaak. Dat is de reden waarom we nog niet tot conclusies zijn gekomen.”

Nederland, zo werd deze week bekend, lobbyt bij andere landen om voor de berechting van de daders een VN-tribunaal in te richten. Westerbeke: „Ik heb de grootste voorkeur voor een kwalitatief hoogstaande berechting waar een grote internationale coalitie steun aan geeft. Of dat een VN-tribunaal is, of berechting in Nederland, vind ik van minder belang. De kans op een goed resultaat is het grootst als de berechting breed wordt gesteund.”