Onderzoek naar mening Turkse jongeren over jihad deugde niet

Staan Turks-Nederlandse jongeren massaal achter de jihad? Onderzoek dat dit uitwees blijkt te rammelen.

Het onderzoek naar de steun van Turks-Nederlandse jongeren voor jihadstrijders, dat onderzoeksbureau Motivaction eind vorig jaar publiceerde, bevat „serieuze tekortkomingen”. Dat blijkt uit een studie die minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) ernaar liet doen, heeft hij de Tweede Kamer gisteren laten weten.

Over het onderzoek, als Nederlandse moslimjongeren en de Arabische herfst gepubliceerd door instituut voor multiculturele vraagstukken Forum, ontstond maatschappelijke en politieke ophef. Er zou uit blijken dat 90 procent van de Turks-Nederlandse jongeren Syriëgangers „helden” vindt. Verder zou 87 procent van de ondervraagde jongeren het goed vinden dat jihadisten voor verandering zorgen in het Midden-Oosten. Asscher liet daarop weten zich zorgen te maken en kondigde aan de opvattingen van de Turkse jeugd te willen laten onderzoeken.

Uit de nadere beoordeling van het Motivaction-onderzoek blijken tekortkomingen in opzet en uitvoering, aldus de minister. De formulering van de vragen is niet eenduidig geweest, zomin als wat de deelnemende jongeren precies verstaan onder termen als ‘jihadisme’ en ‘kalifaat’. Daarom geeft dat onderzoek „geen representatief beeld van de opvattingen onder migrantenjongeren in Nederland”.

Asscher noemt het „betreurenswaardig” dat Turks-Nederlandse jongeren gekwetst zijn door het beeld dat rond het onderzoek ontstond. Hij laat nu het Sociaal en Cultureel Planbureau onderzoek doen naar de opvattingen van Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse jongeren. „Als we de resultaten hiervan hebben, kunnen we op basis van feiten en op een constructieve manier hierover met elkaar in gesprek.”

Motivaction laat weten nog altijd achter de werkwijze en conclusies van zijn onderzoek te staan. Volgens het onderzoeksbureau betrof het een „verkennende studie en geen grootschalig wetenschappelijk onderzoek”.