Een conducteur die met een glimlach van A naar B reist

Nooit gedacht dat ik ooit een lofzang op een conducteur zou schrijven, ik had geen hoge muts op van de beroepsgroep. De meeste conducteurs wekten ook niet de indruk dat ze bezig waren met de invulling van een langgekoesterde jongens- of meisjesdroom, maar eergisteren trof ik dan toch een onvermoede krent in de pap, eentje die met een glimlach van A naar B reisde en aan wie de reizigers nog een hoop plezier gaan beleven.

Ergens tussen Utrecht en Duivendrecht kwam Niels Dol goedgemutst de coupé binnenvallen, net op het moment dat ik ontdekte dat ik op het perron in Arnhem een tas met kleding had laten staan. Gewassen en gestreken goed dat zich de laatste jaren bij mijn moeder had opgestapeld.

Een doorsnee conducteur had zich ervan afgemaakt met het verstrekken van het informatienummer van NS, maar Niels Dol dan toch niet. Die zei: „We gaan dat zaakje nu oplossen.”

Hij ging wijdbeens tegenover me zitten, pakte pen en papier en begon aan een overhoring.

Wat zat er precies in de tas?

Wat voor merk spijkerbroeken?

En die blouse, wat voor kleur had die?

Dan de tas, wat was dat voor een tas?

„Een plastic tas”, zei ik, maar met dat antwoord nam hij geen genoegen.

„Wat stond erop?”

Ik wist het niet en gokte Miss Etam, want daar kocht mijn moeder haar mode, hoewel ik opeens niet zeker wist of die winkelketen nog bestond.

Niels – „dat wil ik ook even uitgezocht hebben” – ging kijken op het internet.

„Bestaat in de regio Arnhem nog wel”, zei hij, „twee filialen zelfs.”

Hij las voor wat hij had opgeschreven.

„Ik heb genoteerd: minimaal 1 spijkerbroek -merk Diesel - een geel-bruin geblokte blouse - merk onbekend - diverse T-shirts, alles verpakt in hoogstwaarschijnlijk een Miss Etam tas. Met die informatie ga ik naar de collega’s.”

Hij ging bellen, dat ging over allerlei schijven, waar hij zich in NS-jargon moeiteloos doorheen worstelde. Vlak voor we Amsterdam CS binnenreden kon hij melden dat de tas gevonden was.

„Het was overigens een Albert Heijn tas.”

Ik moest het ding binnen vijf dagen ophalen bij het loket in Arnhem. Met de zin ‘Het is mijn doelstelling om heel service-gericht te zijn’ nam hij afscheid.

Aan die zin moest ik gisteren nog vaak denken nadat ik op en neer naar Arnhem was gereisd voor die tas, die daar helemaal niet was.