Laat de kleurloze backbenchers eens zelf hun zetel verdienen

Arnold Merkies van de SP behaalde een Kamerzetel met slechts 343 stemmen. Dat kun je geen kiezersmandaat meer noemen en vraagt om een drastische herziening van het kiesstelsel, betoogt JOVD-bestuurslid Jim van Mourik.

Een van de onderwerpen die bij het jaarlijkse debat met de Tweede Kamervoorzitter naar voren kwam, was het aantal afsplitsingen. Dankzij brede kritiek vanuit de Kamerfracties zal het presidium met regels komen om de rechten van afsplitsingen te beperken. Dit systeem gaat nog niet ver genoeg. Omdat de huidige praktijk niet meer bij de Kieswet aansluit, zou de Tweede Kamer de kans met beide handen moeten aangrijpen voor een structurele wijziging van de verstarde Kieswet en eventueel van de Grondwet, die het kiessysteem grondig vernieuwt.

In het huidige kiessysteem dienen partijen een lijst met kandidaten in, met een door hen vastgestelde lijstvolgorde. De behaalde zetels worden toegewezen aan de hoogste kandidaten op de lijst. Alleen indien kandidaten een kwart van de kiesdeler halen, ongeveer 15.000 stemmen, kunnen zij een voorkeurszetel behalen ten koste van kandidaten die hoger op de lijst waren geplaatst. Dit systeem brengt met zich mee dat kiezers in de praktijk niet op personen, maar op partijen stemmen. Nu de politieke partijen zelf bepalen wie op welke plaats terechtkomt, ligt de beslissing over wie zich volksvertegenwoordiger mag noemen, slechts bij de partijbesturen.

Zo heeft Tweede Kamerlid Arnold Merkies (SP) bij de verkiezingen direct een zetel behaald met slechts 343 stemmen – een aantal dat te lezen valt als een enthousiaste groep familie en vrienden. Volgens de Grondwet stemt hij echter zonder last, en met een individueel mandaat. Kandidaten met meer stemmen, maar onderaan de lijst van de betreffende partij, vissen achter het net. Dit is wrang. De Grondwet stelt dat Kamerleden stemmen met een individueel mandaat, of in de formulering van artikel 67, ‘zonder last’.

Dit grondwettelijke adagium is in de praktijk echter niet meer vol te houden. Het enige mandaat dat Arnold Merkies heeft, is het mandaat van het bestuur van de Socialistische Partij. Dan het aantal fracties in de Tweede Kamer. In 2012 heeft de Nederlandse kiezer elf Nederlandse partijen gekozen. Nu kent de Tweede Kamer zestien fracties. Van al die afsplitsers had alleen Kuzu, afgesplitst van de PvdA en thans fractielid van Denk, de voorkeursdrempel behaald. De rest kwam dus binnen op het mandaat van een partij waar ze niet meer toe willen behoren. Welke achterban vertegenwoordig je met slechts enkele honderden tot enkele duizenden stemmen?

In een nieuw kiesstelsel moeten dus twee zaken worden aangepakt. Niet langer moeten samenstellers van de lijst uitmaken wie wel of niet de Kamer in kan: de kiezer moet het verschil weer maken. Daarnaast moeten de mogelijkheden om af te splitsen worden beperkt. Op die manier doet het kiesstelsel meer recht aan de huidige praktijk: enerzijds wordt het persoonlijk mandaat van Kamerleden met een achterban versterkt, anderzijds wordt van Kamerleden zonder achterban geen fictief eigen mandaat meer in stand gehouden.

In het nieuwe kiesstelsel zouden de zetels niet langer moeten worden verdeeld over de kandidaten met de hoogste posities op de lijst, maar over die met de meeste stemmen. Na de verkiezingen worden de lijsten dan herschikt op volgorde van stemmen, waarbij iedere individuele stem verschil maakt: degenen met de meeste stemmen krijgen dan de eerste zetels.

Van de gekozen Kamerleden kunnen alleen degenen die 25 procent of meer van de kiesdeler behaald hebben, spreken van een individueel mandaat. Alleen hen komt dan het recht om zich af te splitsen toe. Omdat bij dit stelsel iedere stem verschil maakt, kan er weer sprake zijn van een echt individueel mandaat in de zin van artikel 67 van de Grondwet.

Een ander voordeel van dit systeem is dat de kloof tussen de politiek en de burger gedicht wordt. Kandidaat-Kamerleden zullen immers moeten strijden voor de gunst van de kiezer. De kleurloze backbencher zal zich wapenen tegen het machtsverlies en zijn achterban weer aanspreken. Dit zal ongetwijfeld levendige en doeltreffende persoonlijke campagnes opleveren, en de deelname aan debatten in buurthuizen en campagne-acties op marktpleinen stimuleren. De kandidaten moeten zich dan weer bekend maken aan de kiezer. Dit is het kiezen van volksvertegenwoordigers zoals het ooit bedoeld is.

Een nadeel kan zijn dat het voor fracties moeilijker wordt om met fractiespecialisten te werken. Dit nadeel heeft een districtenstelsel ook, maar in landen met zo’n stelsel weten partijen dit prima op te lossen. Partijen kunnen bijvoorbeeld beleidsmedewerkers aanstellen en hun Kamerleden effectievere scholing geven. Overigens is het ook nu geen uitzondering dat Kamerleden specialist worden op een terrein dat niet voor de hand ligt. Kamerlid Pieter Duisenberg (VVD) bijvoorbeeld, kwam in 2012 de Kamer in met een flinke bagage aan vakkennis op energiegebied. Nu geldt hij echter als een van de toonbepalende Kamerleden op het gebied van hoger onderwijs.

Een nieuw kiesstelsel waarbij het aantal stemmen leidend is, versterkt dus het democratisch gehalte, vergroot het individueel mandaat van Kamerleden en verkleint de kloof tussen de politiek en de burger. Hoog tijd dus om het lijstenstelsel te onderwerpen aan groot onderhoud, om de kiezer zijn stem terug te geven.