‘Kwaardaardig beest’ schilderde voor cipiers en medegevangenen

De gedode voortvluchtige Richard Matt verhandelde zijn kunst. Een cipier betaalde met een schroevendraaier.

Richard W. Matt vervaardigde zijn portretten naar foto’s, meestal van beroemdheden, zoals Bill Clinton of Julia Roberts.

Meer dan 1.200 politieagenten omcirkelden afgelopen donderdag een stuk bos aan de Amerikaanse kant van de grens met Canada. Ze jaagden op twee ontsnapte gevangenen. Ondertussen verhaalden talloze journalisten wellustig over de misdaden die de twee op hun kerfstok hadden, tv-zender CBS sprak zelfs over vicious animals: kwaardaardige beesten.

De agenten schoten een van die ‘beesten’ dood. Waarschijnlijk dronken en verscholen in de bosjes had hij zichzelf verraden met een kuch. Zijn naam: Richard W. Matt.

In de gevangenis waaruit hij was ontsnapt, had hij een reputatie opgebouwd als niet onverdienstelijk portretschilder. Matt vervaardigde zijn portretten naar foto’s, meestal van beroemdheden, als Bill Clinton, Julia Roberts en Marilyn Monroe. Ook schilderde hij familieleden van gevangenismaten. Of portretteerde cipiers. Dat laatste deed hij in ruil voor gunsten en voordeeltjes. De bewaker die Matt de schroevendraaier heeft gegeven die hij nodig had voor zijn ontsnapping, is trotse eigenaar, zo heeft hij verklaard, van enkele van zijn schilderijen.

Anders dan in Nederland, waar gedetineerden worden aangespoord om pen, penseel of kwast op te nemen in een van de „crea-lokalen”, is gevangeniskunst in Amerika controversieel. Zeker moordenaars mogen in verscheidene staten niet de mogelijkheid krijgen om hun tijd schilderend door te brengen. Het zou eens gezellig worden in de gevangenis.

En toch is het niet te voorkomen dat zo nu en dan kunstenaars opstaan in die gigantische, Amerikaanse gevangenenpopulatie van 2,3 miljoen; de VS hebben meer burgers opgesloten, per capita, dan welk land ook. Hoe zwaar hun omstandigheden volgens de wet ook moeten zijn, gevangenisdirecties zijn genegen af en toe schilderbenodigdheden te verstrekken, al was het maar om iets te hebben om af te nemen als een gevangene zich niet naar wens gedraagt.

Meer dan in Nederland, zou een romantisch ingestelde criticus kunnen beweren, is gevangeniskunst in Amerika geboren uit een innerlijk gevoelde noodzaak. Niets voor niets doen er verhalen de ronde over waterverf gewonnen uit M&M’s (felgekleurde chocoladepinda’s) en over kwasten gemaakt van wc-papier. Of het de kunst ten goede komt, is de vraag. Het werk van Richard W. Matt zal weinig opbrengen, vermoed ik, als potentiële kopers niets van zijn misdaden weten of zijn gewelddadige dood.

Gevangeniskunst zou waarschijnlijk pas een kwaliteitsimpuls krijgen als niet alleen gestraften schilderen, maar als burgers (en dus ook kunstenaars) als straf krijgen te schilderen. In Nederland is dat gebeurd. In onze Gouden Eeuw – hoe kan het ook anders? En het gaat om niemand minder dan Frans Hals.

Een huurschuld van zijn zoon Harmen had hem voor de rechter gebracht. Die veroordeelde Hals tot een boete van 60 gulden. En een dag schilderen.

Helaas is onbekend welk werk daaruit is voortgekomen – en hoe geïnspireerd het is gemaakt.