Jonge filmmakers storten zich op komedie

Opvallend veel hoogst gestileerde films bij de jongste oogst afstudeerfilms. Maar een vrij sobere film in zwart-wit was de beste.

Volando Voy: fraaie documentaire over de broers Jesus en David die drie uur moeten lopen van school naar huis.

‘Optimisme’ is volgens directeur Bart Römer van de Nederlandse Filmacademie een van de in het oog springende kenmerken van de jongste lichting afgestudeerden van de Nederlandse filmacademie. Daar zit iets in: veel afstudeerfilms, afgelopen maandag gepresenteerd in het Amsterdamse Eye, lieten inderdaad een opmerkelijk lichte toets zien.

Met name de weemoedige absurdistische komedies van Wes Anderson maken school bij het aanstormend talent. Dat bleek in een film als Voetzoeker van regisseur Max Lunter, over een zeeman die zijn boot kwijtraakt en zich aan land moet redden. Of Lazarus van regisseur Gonzalo Fernandez, over een vrouw die er steeds niet in slaagt zich met haar auto te pletter te rijden. Helaas hield het wat gezochte scenario niet helemaal gelijke tred met het evidente visuele talent van Fernandez.

Stilering, kunstmatigheid en een snufje absurdisme, het kan weer. Maar een gemakkelijke weg is dat niet voor de filmmakers, omdat bij komedie zoveel aankomt op timing, snelheid en acteertalent.

Met dat laatste zat het wel goed, ook omdat nog steeds gerenommeerde acteurs bereid zijn hun talent in dienst te stellen van studentenfilms. In het geval van Gijs Scholten van Asschat misschien niet zo gek: hij was te zien in de hoofdrol van het door zoon Jeroen geschreven Jack (a journey to fulfillment). De film over een man die zijn midlifecrisis te lijf gaat met de ontspanningstechnieken van mindfulness. Dat helpt niet, want dan moet hij ook daarin van zichzelf de beste van de wereld zijn. Aardig idee, maar te dun voor een film van een half uur.

David-Jan Bronsgeest wist de tot in Hollywood succesrijke Yorick van Wageningen te strikken. In het heftige, slechts half geslaagde Broker is hij een gangster die handelt in menselijke organen, maar last krijgt van gewetenswroeging.

Het niveau van de documentaires was over het geheel genomen hoog, en in elk geval consistenter dan de sterk wisselende fictiefilms. Regisseur Jasmijn Schrofer kreeg pas na lange voorbereidingen toestemming om te filmen in een gesloten groep geloofsgenoten: Tarikat is een vloeiend gemonteerde impressie van de rituelen van een Haagse soefigemeenschap. De film kreeg de prijs van de filmjournalisten en de VPRO Documentaire Prijs.

Jammer dat Volando Voy buiten de prijzen viel – een buitengewoon sterke roadmovie over de ellenlange wandeling die de broertjes Jésus en David dagelijks tussen school en hun huis in een Spaanse sloppenwijk moeten maken. De kijker komt er pas aan het einde achter dat de tocht die de jongens moeten afleggen noodzakelijk is om hun school te bereiken. Regisseur Isabel Lamberti voorkomt zo dat de jongens al bij voorbaat in de categorie ‘zielig’ vallen. Prachtig camerawerk van Jeroen Kiers, die de kijker steeds de verlorenheid van de ronddolende jongens laat voelen.

Ook de docu’s in een meer toegankelijke idioom waren heel behoorlijk. Sophie Dros trok naar Engeland voor My Silicone Love, een film over de middelbare Everard die de dood van zijn moeder niet kan verwerken en leeft met twaalf siliconenpoppen. Hij praat lucide over wat hij zelf als zijn ‘merkwaardige hobby’ omschrijft. Dros durft het aan om kitscherige liefdesscènes tussen de man en zijn ‘meisjes’ te filmen, met een romantisch muziekje eronder, zonder haar hoofdpersoon compleet voor gek te zetten. Nina Karim van Oort maakte met Joyland een aanstekelijke, vrolijke documentaire over twee jonge ondernemers die een maaltijdvervangend poeder op de markt brengen. Dat levert geestige scènes op, met de mannen aan tafel bij hun ouders – achter de platgekookte Hollandse prak.

Bij de fictiefilms waren de verhoudingen duidelijker. Nachtoord van Hetty de Kruijf stak met kop en schouders boven de andere films uit, ook volgens de vakjury die unaniem de Topkapi Film Fictie Prijs toekende aan de film. Nachtoord is een sterk geacteerd, zwart-wit portret van Saïd, die zijn dagen slijt als sleutelmaker. Bij bepaalde klanten maakt hij een extra duplicaat van hun sleutel, om in hun huizen te sluipen en te snuffelen aan een ander leven. Het verhaal is iets te schematisch, de voice-over overbodig. Maar Nachtoord is de enige film van de lichting die meteen het verlangen oproept het gegeven uitgewerkt te zien tot een volwaardige speelfilm. Dat is op zich geen criterium voor een korte film. Maar ook bepaald geen slecht teken.