Column

Hoe meer er op je visitekaartje staat hoe minder je voorstelt

Wekelijks geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor op kantoor.

Meer tips? Volg @japked op Twitter

Ik hoor vaak mensen klagen over visitekaartjes. Dat ze van papier zijn, dat de hartvormige altijd gaan ezelsoren, dat je ’s avonds al niet meer weet van wie ze waren, en dat je altijd de verkeerde bewaard hebt. Ik snap dat nooit.

Ik vind visitekaartjes heerlijk. Je kan er kauwgom in rollen, je tanden mee stoken, er mooie figuurtjes mee vouwen in de trein. Maar het is ook gewoon lekker om zo’n pak papier in je tas te hebben als je van een borrel komt en dan tegen jezelf te zeggen: ‘met deze mensen heb ik allemaal gepraat en ik heb geen flauw idee waar het over ging’. En dan gooi je ze lekker in de prullenbak. Ik vind dat bevrijdend.

Maar visitekaartjes zijn natuurlijk vooral heel grappig. Als je ziet wat sommigen van jullie erop hebben staan, jongens hou óp met me. ‘Functioneel consultant’ bijvoorbeeld. Dat je al tegen de drukker moet zeggen ‘doe maar consultant’, maar dat je er dan óók nog bij zet dat je dat vanuit je functie doet. Of ‘transition manager’ – iedereen die de luiers, de puisten en de puberteit heeft overleefd kan zich zo noemen. Ook heel creatief vind ik ‘adviseur projectbeheersing’. Iedereen heeft natuurlijk wel één of ander project dat hij probeert te beheersen of waar hij iemand over probeert te adviseren – denk een huisdier, een kind of een uit de hand gelopen verbouwing.

Het mooiste zijn natuurlijk de Engelse namen. Zo zie je zelden ‘werknemer’, ‘boswachter’ of ‘eindbaas’ op een kaartje, maar bijna altijd ‘subject matter expert’, ‘field engineer’ en ‘quality designer’. Zo iemand geef ik altijd een kaartje met mijn bankrekeningnummer en uurtarief om lulverhalen aan te horen.

Als je het anders wil doen? Ik zou zeggen: hou het kort. Hoe langer je functienaam, hoe minder je voorstelt. Doe liever iets als ‘messias’ of ‘geestelijk leider’. Dat geldt ook voor je LinkedIn-profiel: hou het mysterieus. Ik heb er zelf sinds vorige week een foto op staan in avondjurk met een glas martini. Verder niks. Ik heb nog nooit zoveel job offers gehad.

Visitekaartjes met een persoonlijke boodschap? Als je de filosoof gaat uithangen, hoef ik alleen je nummer, eikel. Zet liever een favoriet boek op je kaartje. Of een ‘was ooit verliefd op’ en ‘heeft een hekel aan’. Dan heb je een dialoog. Het lijkt me ook mooi om er lievelingsmuziek op te zetten. Iedereen die dan met Eye of the Tiger komt, hoef je nooit meer te bellen.

Ik zou ook wel een leeg hokje op een visitekaartje willen, om je eigen omschrijving erbij te kunnen zetten: ‘die man met die drankkegel’, ‘die mislukte flirt’, ‘dat vreselijke vriendje van de lul van sales’. Verder wil ik kleinere oplages: waarom moeten ze altijd met duizenden tegelijk gedrukt worden? Denk eens aan al die ouders, die schuren vol hebben met oude visitekaartjes van hun kinderen.

Maar als je er écht toe doet, staat er natuurlijk helemaal niks op je kaartje. Niet eens je naam, laat staan je nummer. Dat ze stad en land moeten afzoeken om je te vinden – dan heb je een wit kaartje. Want het is niet alleen fijn om carte blanche te hebben. Het is nog lekkerder om er één te krijgen.