Hof straft lager, kijkt ook naar statusverlies

Van den Nieuwenhuyzen veroordeeld voor omkoping

Joep van den Nieuwenhuyzen, ondernemer: vrijspraak op zes van de acht punten. Veroordeeld wegens omkoping en valsheid in geschrift.

Willem Scholten, voormalig havendirecteur: vrijspraak op drie van de zes punten. Veroordeeld wegens zich laten omkopen als ambtenaar en valsheid in geschrift.

Dat is de uitkomst van het hoger beroep in de zaak Golf – buiten de rechtszaal beter bekend als het Rotterdamse havenschandaal. In het kort: begin deze eeuw stelde Scholten zich namens het Havenbedrijf Rotterdam garant voor bankleningen van ruim 180 miljoen euro aan RDM-bedrijven van Van den Nieuwenhuyzen. Scholten handelde alleen en ontving geld en diensten van Van den Nieuwenhuyzen. Ofwel: ambtelijke omkoping.

Als er geen cassatie volgt – het OM beraadt zich nog – is het de verrassende afronding van een jarenlang slepende rechtszaak die vanwege de kleurrijke hoofdrolspelers en de talloos veel miljoenen waar ze mee schoven altijd veel aandacht heeft gehad.

Verrassend, omdat het Haagse gerechtshof veel minder feiten bewezen acht dan de Rotterdamse rechtbank. De straffen vallen dan ook aanzienlijk lager uit dan in eerste aanleg. Scholten werd in oktober 2010 veroordeeld tot acht maanden cel, Van den Nieuwenhuyzen in juli 2013 tot 2,5 cel.

Het oordeel van het hof wijkt ook aanzienlijk af van dat van het Openbaar Ministerie. Het OM eiste in het hoger beroep – waarbij de twee zaken werden samengevoegd – 2,5 jaar cel voor Scholten en vijf jaar cel voor Van den Nieuwenhuyzen.

Daar blijft weinig van over. Scholten werd gisteren door het hof veroordeeld tot twaalf maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, plus een boete van 75.000 euro. Van den Nieuwenhuyzen moet één jaar de cel in, waarvan 285 dagen voorwaardelijk. Omdat hij al 80 dagen in voorarrest heeft gezeten, vervalt de celstraf. Hij moet alleen nog een boete betalen van 150.000 euro. Ook al zijn de zakenmannen naar eigen zeggen berooid, in vergelijking met de bedragen waar ze aan gewend zijn, zijn de boetes bescheiden. De motivering van het hof is op dit punt opvallend: „Bij het bepalen van de hoogte van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.”

Extra donkere gordijnen

Het hof acht omkoping bewezen. Het exclusieve gebruik van een appartement in Antwerpen was een gift van Van den Nieuwenhuyzen aan zijn kompaan Scholten. De factuur van de aankoop ging naar een bedrijf van Van den Nieuwenhuyzen, de inrichting – Scholten wilde extra donkere gordijnen en een goed geoutilleerde keuken – werd verzorgd door Scholtens nieuwe partner. Ook de 1,2 miljoen euro die door Van den Nieuwenhuyzen in 2001 en 2002 op Scholtens Zwitserse bankrekening werd gestort, kwalificeert het hof als gift, omdat er geen tegenprestatie tegenover stond.

Appartement en geld verklaarden Scholtens „opmerkelijk onkritische houding” ten aanzien van Van den Nieuwenhuyzen en RDM. Steeds opnieuw stelde het Havenbedrijf – tot 1 januari 2004 een gemeentelijke dienst, daarna een NV – zich garant voor schulden van RDM. Incassomaatregelen werden door Scholten geblokkeerd. Hij vervalste jaarverslagen om de garanties mogelijk te maken. RDM kreeg een voorkeursbehandeling. Als de maakindustrie, waar de twee mannen van hielden, maar behouden bleef voor Nederland.

Niet bewezen acht het hof faillissementfraude door Van den Nieuwenhuyzen, net als meineed en bezit van een vals paspoort – van de Comoren.

Bij de strafmaat liet het hof meewegen dat de zaak lang heeft geduurd en de mannen veel van hun status hebben verloren. Hun maatschappelijke val ziet het hof als een straf op zich. Scholtens leeftijd speelt ook mee. Anderzijds geldt, vindt het hof, dat het vertrouwen van de samenleving in ondernemers en politici is geschonden. (Voorwaardelijke) celstraf is op zijn plaats omdat het beeld moet worden bestreden dat „de hoge heren zich nu werkelijk alles kunnen permitteren”.