Hof spreekt historicus over ‘uiterst pijnlijke’ suggestie over Juliana

Het Koninklijk Huis Archief gaat overleggen met VU-onderzoeker Bart Wallet over de “uiterst pijnlijke suggestie” die Wallet vorige week deed. Dat schrijft de Rijksvoorlichtingsdienst vandaag in een reactie op een artikel van de historicus in het Nieuw-Israelietisch Weekblad.

Archieffoto van prinsjes Juliana uit 1987. Foto ANP

Het Koninklijk Huisarchief gaat overleggen met VU-onderzoeker Bart Wallet over de “uiterst pijnlijke suggestie” die Wallet vorige week deed. Dat schrijft de Rijksvoorlichtingsdienst vandaag in een reactie op een artikel van de historicus in het Nieuw-Israelietisch Weekblad. Wallet schreef toen dat Joodse kinderen in 1951 zijn verwijderd uit de schoolklas waar de prinsesjes Margriet en Irene zouden worden geplaatst.

Het ging om de Nieuwe Baarnsche School te Baarn. De Joodse gemeenschap in Baarn was destijds ontzet over deze actie, en kaartte de zaak aan bij de moeder van prinsesjes, koningin Juliana. Die antwoordde de ouders, aldus Wallet, dat “de Oranjes niet antisemitisch waren, dat niet zijn en dit ook niet zullen worden”. Juliana ondernam echter verder geen actie om de overplaatsing van de Joodse kinderen terug te draaien, aldus de onderzoeker. Dit tot teleurstelling van de ouders. Om hoeveel Joodse kinderen het ging, is onduidelijk.

Zowel de suggestie van Wallet dat er van overplaatsing van Joodse kinderen sprake zou zijn geweest naar aanleiding van de komst van de prinsesjes, dat Juliana daarvan geweten zou hebben, en daar vervolgens niets tegen gedaan zou hebben, ziet de RVD als “uiterst pijnlijk”.

Wallet zelf verwelkomt het komend gesprek met vertegenwoordigers van het Koninklijk Huisarchief en het Hof. Dat zal volgens hem morgen al plaatsvinden. “Ik ga dat gesprek graag in”, zegt hij tegen NRC, “want ik wil zelf ook zoveel mogelijk klaarheid hebben in deze zaak.”

RVD: geen aanwijzingen dat beweringen kloppen

Medewerkers van het Koninklijk Huisarchief hebben de afgelopen dagen in het eigen archief en in biografieën, onder anderen van koningin Juliana, gekeken of ze aanwijzingen kon vinden die de bevindingen van Wallet ondersteunen dan wel falsifiëren. Die zijn geen van beiden aangetroffen, aldus de Rijksvoorlichtingsdienst. Daarom wil het Hof nu nader overleg met de auteur. Het verbaast Wallet dat het Koninklijk Huisarchief klaarblijkelijk niets heeft kunnen vinden omtrent de reactie van Juliana op de ouders van de Joodse leerlingen. “Of de reactie van koningin Juliana nu per brief of mondeling is geformuleerd, deze moet toch gedokumenteerd zijn geweest”, aldus Wallet.

Wallet baseerde zijn eigen conclusies op notulen die hij had aangetroffen in het archief van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK). NIK-notulen van februari 1952 legden de commotie in Joodse kring rond de overplaatsing van de Joodse kinderen vast. Secretaris Benjamin W. de Jongh noteerde in de notulen van 26 februari 1952 dat “de klassen, waarin de prinsesjes zouden komen, zijn gesplitst en dat de kinderen van Joodsen bloede zijn geplaatst in de parallelklasse, welke niet door de prinsesjes zal worden bezocht”.

Een woordvoerder van de Nieuwe Baarnsche School zei zaterdag in dagblad Trouw niet over eigen bronnen te beschikken die de bevindingen van Wallet kunnen bevestigen. “Oude notulen en veel gegevens zijn in de loop der tijd vernietigd”, aldus de woordvoerder. Volgens Wallet is de school echter daarna alsnog diep het eigen archief ingedoken, en komt er wellicht toch nieuw materiaal over de kwestie op tafel.