Geen Wolkers, Vestdijk in canon Nederlandse Literatuur ‘vanuit Vlaams perspectief’

Minstens 25 jaar oud, én de auteur moet niet meer in leven zijn. Alleen dan kon een Nederlandstalige roman de vandaag gepresenteerde ‘De canon van de Nederlandse Literatuur vanuit Vlaams perspectief’ halen. De lijst, met daarop 51 titels, leidt tot een paar opvallende conclusies.

Samen met Simon Vestdijk en Gerrit Kouwenaar is Jan Wolkers de grote afwezige op de vandaag gepresenteerde ‘De canon van de Nederlandse Literatuur vanuit Vlaams perspectief’ ANP PHOTO JUAN VRIJDAG

Minstens 25 jaar oud, én de auteur moet niet meer in leven zijn. Alleen dan kon een Nederlandstalig literair werk de vandaag gepresenteerde ‘De canon van de Nederlandse Literatuur vanuit Vlaams perspectief’ halen. De lijst, met daarop 51 titels, leidt tot een paar opvallende conclusies.

Niet om de keuze voor het werk van auteurs als Hadewijch, Multatuli, Couperus, Van Ostaijen, Elsschot, Boon, Reve, Hermans en Mulisch. Zij zijn ‘onomstreden’, schrijft boekenredacteur Arjen Fortuin vanmiddag in NRC Handelsblad.

Wel opvallend is dat enkele in Nederland tot de verbeelding sprekende auteurs in Vlaanderen minder in trek zijn. Fortuin:

“Joost van den Vondel en Hugo Claus zijn de belangrijkste schrijvers van de Nederlandse literatuur, de achttiende eeuw is te verwaarlozen en de faam van Wolkers, Vestdijk en Kouwenaar reikt niet tot in Vlaanderen.”

Er is in de canon wel plaats voor in het noorden doorgaans minder resonerende auteurs als Cyriel Buysse (Het gezin van Paemel), Maurice Gilliams (Elias of het gevecht met de nachtegalen) en Richard Minne (Wolfijzers en schietgeweren).

Vlaamse gevoeligheid

“Sommige boeken appelleren aan wat wij aan Vlaamse gevoeligheid en smaak hebben meegekregen”, zegt commissielid Hugo Brems, hoogleraar moderne letterkunde vandaag in een interview in NRC Handelsblad:

“Stijn Streuvels, Cyriel Buysse, Gerard Walschap, daar kan je niet omheen in Vlaanderen. Alleen Richard Minne en Maurice Gilliams zijn auteurs die ook in België niet bij een breed publiek leven. Maar die wel door literatuurkenners hoog ingeschat worden.”

De commissie, die de canon samenstelde in opdracht van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Vlaanderen en het Vlaams Fonds voor de Letteren, wil met de canon nu niet ‘dé waarheid poneren’, zegt Brems:

“Als mensen zich om welke reden dan ook geroepen voelen om daar een tegencanon tegenover te stellen, voelen wij ons niet aangevallen. Integendeel, deze canon geldt als een uitnodiging om dat te doen.”

Het is ook een aanmoediging om een canon samen te stellen vanuit Nederlands perspectief. In Nederland bestaat alleen een ongeschreven canon.

De hele Vlaamse literatuurcanon met 51 titels

1. Hendrik van Veldeke, Sente Servas (1170/1180)
2. Penninc en Pieter Vostaert, Walewein (13e eeuw)
3. Hadewijch, Liederen (ca. 1240)
4. Jacob van Maerlant, Der naturen bloeme (ca. 1270)
5. Van den vos Reynaerde (ca. 1260)
6. Karel ende Elegast (vóór 1325)
7. Jan van Ruusbroec, Die geestelike brulocht (ca. 1343)
8. Beatrijs (vóór 1374)
9. Lanseloet van Denemerken (ca. 1400)
10. Gruuthuseliedboek (ca. 1400)
11. Elckerlijc (tweede helft 15e eeuw)
12. Mariken van Nieumeghen (ca. 1515)
13. Anna Bijns, Refreinen (eerste bundel)(1528)
14. Antwerps Liedboek (Antwerpen: Jan Roulans, 1544)
15. Geuzenliederen (een uitgave met het Wilhelmus) (1577-1578/1626)
16. Gerbrand Adriaensz. Bredero, Spaanschen Brabander (1617)
17. P. C. Hooft, Gedichten van den heere P.C. Hooft (1636)
18. Joost van de Vondel, Poëzy of verscheide gedichten (1650)
19. Constantijn Huygens, Trijntje Cornelis (1653)
20. Joost van de Vondel, Lucifer (1654)
21. Hendrik Conscience, De Leeuw van Vlaenderen (1838)
22. Multatuli, Max Havelaar (1860)
23. Herman Gorter, Verzen (1890)
24. Willem Kloos, Verzen (1894)
25. Guido Gezelle, Rijmsnoer (1897)
26. Louis Couperus, De stille kracht (1900)
27. Cyriel Buysse, Het gezin van Paemel (1903)
28. Karel van de Woestijne, Het vader-huis (1903)
29. Nescio, Dichtertje, De Uitvreter, Titaantjes (1918)
30. Stijn Streuvels, Het leven en de dood in den ast (1926)
31. Paul van Ostaijen, Nagelaten gedichten (1928)
32. Martinus Nijhoff, Nieuwe gedichten (1934)
33. Maurice Gilliams, Elias of het gevecht met de nachtegalen (1936)
34. F. Bordewijk, Karakter (1938)
35. Gerard Walschap, Houtekiet (1939)
36. Gerrit Achterberg, Eiland der ziel (1939)
37. M. Vasalis, Parken en woestijnen (1940)
38. Richard Minne, Wolfijzers en schietgeweren (1942)
39. Willem Elsschot, Het dwaallicht (1946)
40. Gerard Reve, De avonden (1947)
41. Hella S. Haasse, Oeroeg (1948)
42. Lucebert, apocrief/de analphabetische naam (1952)
43. Louis Paul Boon, De Kapellekensbaan (1953)
44. Ida M. Gerhardt, Het levend monogram (1955)
45. Hugo Claus, De Oostakkerse gedichten (1955)
46. Ivo Michiels, Het boek alfa (1963)
47. J.C. Bloem, Verzamelde gedichten (1965)
48. Willem Frederik Hermans, Nooit meer slapen (1966)
49. Jef Geeraerts, Gangreen 1. Black Venus (1968)
50. Harry Mulisch, De aanslag (1982)
51. Hugo Claus, Het verdriet van België (1983)