Fiets de poëtische Tourproloog met het Utrechtse Stadsdichtersgilde

De Tour de France heeft altijd al iets poëtisch gehad, vond ook het Utrechtse Stadsdichtersgilde. Ingmar Heytze en Alexis de Roode fietsten met de andere Gildeleden de proloog en schreven gedichten bij de mooie (en lelijke) locaties die ze passeerden. Ook werd een app gemaakt, waarmee iedereen zijn eigen poëtische proloog kan fietsen.

Een vrouw fietst op de Biltstraat langs een gedicht van Els van Stalborgh Foto Cindy G. Boer

De epische queeste die de Tour de France heet heeft altijd iets poëtisch gehad: heroïsche karakters die zichzelf overwinnen terwijl ze de krachten der natuur trachten te trotseren. Dat vonden dichters Ingmar Heytze en Alexis de Roode, die samen met elf anderen het Utrechts Stadsdichtersgilde vormen, nou ook. Ze besloten samen de 13,7 kilometer lange eerste tijdrit in Utrecht te fietsen en maakten gedichten bij mooie of juist lelijke zaken die ze tegenkwamen - alsook een app waarmee iedereen zijn eigen poëtische Tourproloog kan fietsen.

De missie van het Gilde is om een poëtische stem te geven aan de stad en haar inwoners, legt De Roode uit. Met dat doel in gedachten is ook de gelegenheidsbundel Schaduwpeloton tot stand gekomen, een bundel van dertien gedichten die de proloogrenner laat stilstaan bij Utrechtse sightseeing points als de Stadsschouwburg, het Jaarbeursplein en de Uithof. Ook wilde het Gilde een deel van de voorbij racende Tour in Utrecht een beetje bewaren. De Roode:

“Zo’n Tour de France raast in moordend tempo voorbij”, zegt Gildemeester Alexis de Roode. “Daardoor weet niemand waar ze nou echt gefietst hebben, wat zonde zou zijn. Poëzie kan tegenwicht bieden aan dat hoge tempo en mensen stil laten staan en het onzichtbare zichtbaar maken, de route bestendigen.” Met een gemiddelde snelheid van twaalf kilometer per uur is het Gilde wel in hun eigen vertragende missie geslaagd.

Gildelid Peter Drehmanns valt De Roode bij:

“Het wielrennen heeft de dichter veel te bieden: heroïek, pijn, list, bedrog, elegantie, slapstick, zweet, waaghalzerij, berekening, instorting. Dat zijn ingrediënten waarmee een dichter een explosieve cocktail kan brouwen. Op formeel vlak zijn er nogal wat parallellen met de dichtkunst: die steeds wisselende ritmes, dat voortdurende schakelen en accelereren. En anders dan bij bijvoorbeeld voetbal is er sprake van een strijd tegen de elementen, terwijl ook het toeval een grote rol speelt. Je kunt een prachtig strijdplan, ontraceerbare doping of goede benen hebben, maar als er opeens een hond voor je fiets springt, bijt je in het stof. Zoiets is gefundenes Fressen voor de poëzie.”

Schaduwpeloton

De poëzie werd verzameld in Schaduwpeloton, Wie de gratis app downloadt, kan bij iedere locatie het gedicht door de maker aan zich laten voordragen.

Ingmar Heytze nam voor zijn nostalgische poëem Naar de Meet de eigenzinnige Villa Jongerius, “waar alleen de allerhoogste wielerbobo’s (…) mogen uitkijken over de start van de 102de Tour”, als inspiratie:

Heb je liever dat Ingmar Heytze het gedicht voordraagt? Luister hieronder de geluidsopname, afkomstig van de app.

Naar de meet

Kom, ik stap maar weer eens op
Ik steek mijn hooivork in de grond,
neem een slok wijn uit eigen streek
en peddel rustig naar de meet.

Trainen vind ik net zo onsportief
als derailleurs, ik haal het zuiver uit
mijn eigen benen. Ik wil de krachten
meten die er zijn, niets minder,

niets meer. Een wedstrijd met
de elementen, straten vol scherven,
nachtelijk rijden en barricades,

niet dit doorgefokte rekenwerk
van wetenschap en ruimtevaart.
Ik start een volle eeuw te laat.

Foto Cindy G. Boer

Villa Jongerius in Utrecht. Foto Cindy G. Boer

Heytze geeft toe dat hij Villa Jongerius wel degelijk inspirerend vindt (hij schreef er al eerder een gedicht over), maar dat Langs de meet veeleer gaat over hoe de Tour de France er in ruim honderd jaar heel anders is gaan uitzien:

“Je kunt je best afvragen waar we eigenlijk naar zitten te kijken - een race tussen topatleten waarvan de best getrainde, meest getalenteerde, slimste en misschien af en toe ook geluk hebbende atleet wint, of een tot in detail uitgerekende krachtmeting, waarbij het kleinste verschil al bijna een oordeel is over de uitslag. Het is natuurlijk allebei waar. Maar de Tour rijden was een eeuw geleden een veel groter avontuur, als ik op de verhalen afga, juist doordat de factor toeval een veel grotere rol speelde. De eerste Tourrenners waren dolende ridders zonder enig idee waar de rest uithing. Tourrenners anno nu zijn een soort astronauten met een groot team om zich heen.

Wielrenners als astronauten en hemellichamen

Heytze was niet het enige Gildelid die de koppeling tussen Tourrenners en de ruimtevaart maakte. Aan Peter Drehmanns viel de eer ten deel een gedicht te schrijven bij Sterrenwacht Sonnenborgh - in De Roodes woorden “de verbinding van Utrecht met de rest van het ons bekende heelal” en “misschien wel het meest poëtische gebouw van de stad”. De sterrenwacht is tevens een voormalig bastion, wat Drehmanns er naar eigen zeggen toe bracht een verbinding te leggen tussen “het voormalige vestingwerk Sonnenborgh en de meedogenloze veroveringsdrang van de wielrenners, waardoor we als het ware weer terug op Aarde zijn.”

Langs de sterrenwacht

Door een schietgat zichtbaar
sterren op de weg in constellaties van vlees-zweet-olie
waaiers van polycarbonaat-vlasvezel-carbon ten zuiden van Mars

Vanaf de Noordertoren te volgen
het omwentelingslichaam, de overgangen,
verduisteringen en bedekkingen van de spierstelsels

Met een telescoop wordt de bandenstructuur
waargenomen, de anticycloon ook,
met de meridiaankijker wordt tijd gemeten, afstand afgetast:
de dichtste nadering vindt plaats om circa 14:38 uur
voor een waarnemer in de Lage Landen

Vanuit bastion Sonnenborgh stelt men vast
hoe Utrecht veroverd wordt, aan flarden gereden
terwijl Mercurius slechts 2° boven de oostzuidoostelijke horizon
te vinden is, nabij de Zon rukt het peloton op

Plots: brandstofverlies, afkoeling, zwelling, implosie, explosie.
Soort supernova. Wat rest: een dwergster te midden
van nevel, nee een zwart gat
in ons begerige oog

Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Sterrenwacht Sonnenborgh. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Tourrenners als sterren in constellaties die Utrecht aan flarden rijden tot niets dan een dwergster resteert: dat is nogal wat. Wederom wordt “de strijd met de elementen” die de wielrenners voeren opgevoerd, alsook het feit dat de sporters zelf onderdeel van die elementen zijn. Drehmanns vond het gepast om het laatste woord aan een zwart gat te geven, want “als ik me niet vergis is een zwart gat een tunnel in de werkelijkheid, en dat heb ik proberen te doen in dit gedicht: een tunnel graven in of door de werkelijkheid.”

Vlucht naar het hiernamaals

De Roode gaat in de bundel voor een andere benadering, hoewel ook hij refereert aan hemelse sferen, maar dan meer in metafysische zin. Hij koos het “goed verborgen stadspark” Bloeyendael (“Ik ben er jarenlang voorbijgereden zonder te weten dat het er lag”) als zijn te bezingen locatie.

Bloeyendael

Vanochtend verliet ik je, mijn geliefde,
ik fietste over troosteloze wegen
naar de troosteloze Uithof
langs studentencomplexen kantorencomplexen
met de stad op mijn hielen

tot een mannetje achter een heg mijn aandacht ving
en mij ontsnappen liet naar Bloeyendael.

ooit lag hier een biezenveld bij de toegang tot de stad
en het moerasland werd polder
en de polder werd park

en het park werd beton
als niet een leger van tuinders
verenigd onder het wapen van Dick Bruna
ten strijde was getrokken tegen de stad

geliefde, ik zag hier vandaag velden vol sneeuwklokjes
en in de verte het ragfijn staketsel van de Dom

het zachte pad bevrijdde mij van asfalt
het geritsel in de struiken bevrijdde mij van gisteren en morgen
en de stilte maakte mij los van mensen

de mensen zijn met honderdduizenden
gebleven en ik ben hier alleen
ik hoor vogels zingen in de bomen en struiken
ik ben terug

een park is waar wij woonden voor we geboren werden
en een park is een belofte van wat komen gaat.

Foto Cindy G. Boer

Park Bloeyendael in Utrecht. Foto Cindy G. Boer

Ook hier dient de sereniteit en afgelegenheid van het idyllische park als alternatief voor de gesjeesdheid en het doelgerichte van de Tour, aldus De Roode:

“In een park moet je rusten en dat staat mooi haaks op waar het bij de Tour omgaat: een race naar de finish. Ook is het park een metafoor voor het hiernamaals, een belofte van wat komen gaat.”

Ook zin om de proloog in 13 gedichten te fietsen? De dichtbundel en de gratis app zijn hier te verkrijgen. Alle gedichten zijn met het oog op de verwachte massale toeristenstroom ook in het Engels en Frans vertaald.

N.B. Alle bovenstaande teksten zijn overgenomen met toestemming van Uitgeverij Magonia. Auteursrechten zijn voorbehouden aan Uitgeverij Magonia en de dichters van het Utrechts Stadsdichtersgilde.