Een anarchistische, surrealistische grappenstroom

De vele liefhebbers van de twee Despicable Me-animatiefilms weten dat de optimistische Minions werken voor slechterik Gru, die eigenlijk veel te goedhartig is om grootste gemenerik aller tijden te worden. Het meesterlijke Minions laat zien waar dit volledig volgzame en slaafse werkvolk vandaan komt en hoe ze uiteindelijk een nog jonge Gru ontmoeten.

De gele helpertjes zijn onder kinderen populairder dan de Smurfen en kregen in Despicable Me 2, die bijna een miljard dollar opbracht, al een groter aandeel. Een eigen film kon niet uitblijven en kan wel eens dé zomerhit van 2015 worden. Want het is een erg leuke prequel die in een handgetekende proloog letterlijk de evolutie van de Minions laat zien: van eencelligen uit zee, gaat het via de steentijd uiteindelijk naar New York en Londen anno 1968.

Elke episode volgt een vast patroon. De Minions bedoelen het goed, maar steeds eindigt hun onhandigheid in een ramp. Waarna ze blijmoedig verder trekken naar hun volgende kwade genius: onder meer de T. Rex, Napoleon, Dracula en eind jaren zestig de eerste vrouwelijke superschurk Scarlet Overkill. Zij wil de kroonjuwelen van koningin Elizabeth stelen en rekruteert drie Minions als helpers. Hun naaktheid bedekken ze met tuinbroeken die in de swinging sixties behoorlijk uit de toon vallen.

Veel verhaal is er niet en dat is eigenlijk een verademing, net als het gebrek aan groei van de stuntelende Minions. Hier geen didactische leercurve of wat opgeplakt voelende morele boodschapjes à la Pixar en Disney over het volgen van je hart. Dat gebrek aan plot laat alle ruimte voor een niet aflatende surrealistische en anarchistische grappenstroom. Omdat de Minions in een eigen taal brabbelen, met af en toe een herkenbaar woord, komt de nadruk als vanzelf op visuele humor te liggen. Met veel slapstick en geestige verwijzingen naar jarenzestigliedjes en horrorfilms van Godzilla tot The Texas Chain Saw Massacre.

De film begint met de Minions die de titelmuziek van studio Universal in hun eigen taal zingen en eindigt – blijf vooral zitten tot na de credits! – met hun aanstekelijke Beatles-cover. Tussendoor zingen ze een hilarische versie van Make ’em Laugh: een zeer vermakelijke toevoeging aan het Despicable Me-universum.