Druzen Golan betuigen steun aan Syrische druzen – met lynchpartij

De oorlog in Syrië raakt ook Israël. De moord op een moslimrebel door druzen leidt tot spanningen.

Druzen volgen vanaf de door Israël bezette Golan de gevechten tussen het Syrische leger en rebellen. Ze zijn bang voor het lot van hun geloofsgenoten. Foto AP/Ariel Schalit

Wanneer een rebellenstrijder vorige week gewond raakt bij gevechten in het zuidwesten van Syrië, besluit hij zich in veiligheid te brengen in Israël. Hij bereikt het hek op de grens met de door Israël bezette Golanhoogvlakte, waar hij wordt opgepikt door een militaire ambulance.

Maar de ambulance wordt onderweg naar het ziekenhuis staande gehouden door een menigte woedende druzen. De auto weet nog een paar kilometer door te rijden, maar in Neve Ativ wordt de gewonde rebel uit de auto gesleurd en vermoord. Een tweede gewonde man overleeft de aanval ternauwernood. Israël heeft twaalf druzen opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij de lynchpartij.

In Majdal Shams, het dorpje op de Golan waar de verdachten vandaan komen, is de rust vier dagen later weergekeerd. Maar de lynchpartij is nog wel het gesprek van de dag. De aanvallers lijken te hebben gedacht dat de Syriërs behoorden tot de radicaal-islamitische rebellengroep Jabhat al-Nusra, die Syrische druzen belaagt.

Israël heeft maandag, bij monde van minister Moshe Ya’alon (Defensie, Likud), voor het eerst toegegeven dat het Syrische rebellen verpleegt. Maar de Syriërs in de ambulance behoorden volgens hem niet tot Jabhat al-Nusra. Ya’alon zei dat de druzen zichzelf ermee hebben: de rebellen kunnen nu uit zijn op wraak. Juist door rebellen te verzorgen, zegt Ya’alon, kan Israël eisen dat zij de druzen met rust laten.

Op de Golan, sinds 1967 door Israël bezet, wonen zo’n 22.000 Syrische druzen. Zij moeten machteloos toezien hoe hun 700.000 geloofsgenoten in de rest van Syrië zwaar te lijden hebben onder de burgeroorlog aldaar. Rebellengroepen, waaronder Jabhat al-Nusra, dringen het regime langzaam maar zeker terug tot een kerngebied rondom Damascus en andere steden. In het gebied rond de grens met de Golan, waar veel druzen wonen, is Jabhat al-Nusra de overheersende partij. De vrees van de druzen voor Al-Nusra is niet ongegrond: drie weken geleden werden in het noorden van Syrië twintig druzen vermoord door dit Syrische filiaal van Al-Qaeda.

Doffe knal

Vanaf een heuvel nabij zijn woonplaats Buq’ata op de Golanhoogvlakte wijst de 42-jarige druus Ata Farhat naar links. „Daar ligt Hader, waar mijn tante en neefjes wonen.” Voor hem, aan de voet van de hoogvlakte, strekt het zuidwesten van Syrië zich uit: een dor heuvelland met een enkele boom. In de verte is de Hermonberg zichtbaar, de hoogste berg van Syrië. Terwijl Farhat vertelt over zijn familieleden, die hemelsbreed op nog geen tien kilometer afstand wonen, klinkt in de verte een doffe knal.

De Israëlische premier Netanyahu zei onlangs dat hij „alle noodzakelijke maatregelen” neemt om Syrische vluchtelingen, onder wie druzen, te beschermen tegen Jabhat al-Nusra en de Islamitische Staat. Israël zou bijvoorbeeld kunnen helpen door een veilige zone voor vluchtelingen aan de Syrische kant van de grens te creëren.

De druzen zijn een Arabisch sprekende religieuze gemeenschap die verspreid is over Syrië, Israël, Libanon en Jordanië. Hun religie is een combinatie van de monotheïstische godsdiensten, esoterische elementen en denkbeelden uit de Griekse filosofie. Binnen Israël staan de druzen, voornamelijk woonachtig in het noordelijke Galilea, bekend als loyaal aan de Joodse staat; zo dienen ze vaak in het leger of bij de politie.

Maar de druzen op de Golan zijn, in tegenstelling tot hun geloofsgenoten in Galilea, geen Israëliërs. Toen Israël de Golan in 1981 unilateraal annexeerde, weigerde de overgrote meerderheid het Israëlische staatsburgerschap. Syrische paspoorten hebben ze evenmin. Met behulp van een laissez passer kunnen ze overal naartoe reizen – behalve naar Syrië.

Syrische vlag

Als moderne druus verkiest Farhat een zonnebril, spijkerbroek en sneakers boven de traditionele druzenkledij: een wijde broek, witte tulband en snor. Onder zijn salontafel ligt een Syrische vlag, een klokje bevat de beeltenis van de Syrische president Assad. Het is duidelijk waar zijn loyaliteit ligt: „Assad is mijn president. Onder zijn leiding zijn de druzen beschermd.”

Wat er in Syrië gebeurt, zegt Farhat, is geen revolutie. „De strijd gaat niet tussen Assad en radicaal-islamitische groeperingen. Het gaat tussen die groeperingen en het Syrische volk.” Liever dan op de bank zitten in Buq’ata zou hij voor zijn volk strijden. Israël laat hem het hek niet door.

Niet alle druzen op de Golan zijn aanhangers van Assad. Neem de 62-jarige Salman Fakherldeen, onderzoeker bij Al-Marsad, een Arabische mensenrechtenorganisatie op de Golan. De lynchpartij noemt hij een „weerzinwekkende criminele daad”. En de staatsmedia in Damascus waren erover te spreken, merkt hij op.

Fakherldeen, die een baret en een wijd overhemd van Tommy Hilfiger draagt, is „verdrietig” dat de verdachten afkomstig zijn uit zijn dorpje, Majdal Shams. „Als ze die ambulance aanvielen om de druzen in Syrië te beschermen, werkt het als een boemerang.” Voor het argument dat de ambulance strijders van Al-Nusra zou hebben vervoerd, is Fakherldeen niet gevoelig. „Al vervoerde de ambulance Goebbels. Het ging om gewonde mensen die zich niet konden verdedigen.”

Israël veroverde de Golan toen Fakherldeen veertien was. Ongeveer 131.000 Syriërs, 94 procent van de toenmalige bevolking van de Golan, werden verjaagd en 158 dorpjes en stadjes werden verwoest. Alleen de druzen mochten blijven. Het grootste deel van zijn leven heeft Fakherldeen gestreden tegen de bezetting. „Het tragikomische is dat wij dankzij diezelfde bezetting nu veilig zijn, in tegenstelling tot onze broeders aan de andere kant van het hek.”

Vanuit het kantoor van zijn mensenrechtenorganisatie kun je het grenshek door het landschap zien slingeren. Fakherldeen was op zijn dertiende voor het laatst aan de andere kant. „Ik herinner me nog steeds de smaak van de ijsjes in Damascus.”