Deze foto’s maken mij boos

Een fotoredacteur ziet duizenden foto’s voorbijkomen. Evert Hermans kan bij het groeiende aantal foto’s van vluchtelingen zijn professionele blik amper bewaren.

Nieuwsagentschappen als AP, AFP en Reuters sturen dagelijks duizenden foto’s naar de krant. Minstens vijftig keer per dag president Obama, meestal een Hindoefestival in India, wat veel Grieken de laatste tijd, enkele gemiste penalty’s, een geit met vijf poten, een bomaanslag in Pakistan. Zo ziet een doorsneedag van de wereld eruit.

Naar de meeste van deze foto’s kijk je als fotoredacteur door een professionele bril. Die stelt niet scherp op ellende, maar kijkt vooral naar welke foto het beste bij het artikel in de krant past. Je laat je verleiden door de esthetiek van het leed, er is geen tijd voor medeleven.

Tot je die bril weglegt.

De beelden maken je soms vrolijk, dan weer stil of bedroefd. Af en toe maken ze je opstandig, omdat je het niet kan of wil begrijpen. Als je vier Palestijnse kindjes van één familie dood op het strand ziet, als een ebolapatiënt op de hoek van de straat ligt te sterven.

Bij sommige foto’s kun je onmogelijk onverschillig blijven. Die leiden tot instant verontwaardiging. De laatste tijd stapelt het onbegrip zich langzaam op, het gevoel van machteloosheid neemt met de dag toe.

We worden immers al maanden overladen met foto’s van vluchtelingen, het lijken er elke dag meer. Wederom meer dan vijfhonderd foto’s van gestrande Eritreeërs, Afghaanse asielzoekers, ontheemde Rohingya, bootvluchtelingen vanuit Libië en vrachtwagenspringers in Calais. Ze komen te land, ter zee en in de lucht. Alsof de hele wereld in beweging is en ‘thuis’ slechts het voorrecht is van een enkeling. Sommige vluchtelingengroepen krijgen door de foto’s een gezicht; een doffe blik, gegroefd, kinderen en ouderen komen net iets vaker ingezoomd in beeld. Vrouwen dragen weleens wat spullen op hun hoofd, mannen hun hoogbejaarde vader op de rug. Vluchten is vooral een mannenzaak. Eén grote anoniem dolende massa. Een enkeling krijgt een naam. De meesten krijgen in het fotobijschrift geen nadere vermelding dan ‘vluchteling’ of ‘migrant’. Soms staat er ‘dead body’ bij en ‘beach’.

Het toenemend aantal foto’s van vluchtelingen voelt als te veel. Te veel voor de krant, te veel om te vatten, te veel om aan te zien. Onaanvaardbaar veel.

Duizenden foto’s en toch zijn er geen beelden voor. Toch krijg je niet meer verteld wat je wil tonen. Zo veel foto’s dat gewenning dreigt, maar tegelijkertijd word je er opstandig van. Je moet er iets mee!

Misschien helpt het als ik zeven foto’s plaats die mij de afgelopen week hebben geraakt. Al was het maar tegen mijn gevoel van machteloosheid.