De slavernij in Nederlandse schoolboeken

Twintig jaar geleden kon je op Nederlandse scholen nog geschiedenisboeken vinden waar het woord ‘slavernij’ alleen maar in werd genoemd in combinatie met Amerika en de Burgeroorlog daar. Volgens de inmiddels niet meer bestaande methode Historia (onder het kopje ‘economische bloei’) handelden de Nederlandse provincies in de Gouden Eeuw in hout, graan, koper, ijzer, wapens, wijn, zout, wol, lakense stoffen, steenkool en „producten uit Azië, Afrika en Amerika”. „Ook met de landbouw ging het goed.” Geen woord over de slavenhandel.

Bladerend door passages over het slavernijverleden komen drie kenners tot de slotsom dat er in schoolboeken van nu voldoende aandacht is voor deze episode uit de geschiedenis. Dit geeft „alles bij elkaar” een goed beeld, zegt Arie Wilschut, historicus en lector Didactiek van de maatschappijvakken aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij zegt alles bij elkaar, omdat hij vier verschillende methodes onder ogen krijgt. De ene belicht meer de omstandigheden op de plantages, de andere gaat meer in op de economische kant en weer een andere stelt de Westerse blik op het verleden ter discussie.

Aspha Bijnaar (van Surinaamse komaf), die de site slavernijenjij.nl opzette en een digitale toolbox over slavernij voor het voortgezet onderwijs ontwikkelde, zegt dat het „echt vooruitgaat” met de belangstelling voor slavernij.

Maria Reinders-Karg (ook van Surinaamse komaf) is oprichter van de Stichting Stil Verleden, die bewustwording van de slavernij bevordert in brede context – ook de relevantie ervan voor het heden. De drie becommentariëren enkele passages uit vier lesmethodes voor de bovenbouw van havo en vwo. Zij vindt dat de algemene kennis over de slavernij „een heel klein beetje is veranderd”. Maar: „Het verhaal moet veel completer. Waarom gaat het in boeken bijna alleen over de West-Indische Compagnie en de slavenhandel? De Verenigde Oostindische Compagnie handelde ook in slaven.”