Dader aanslag in Tunesië kreeg training in IS-kamp

De student die vrijdag 38 toeristen doodschoot, werd in hetzelfde kamp in Libië getraind als de daders van de aanslag bij het Bardomuseum.

Er is mogelijk een verband tussen de twee terroristische aanslagen die onlangs zijn gepleegd op toeristen in Tunesië. De student die vrijdag 38 toeristen doodschoot op het strand in Sousse, heeft training gehad in hetzelfde kamp in Libië als de daders van de aanslag bij het Bardomuseum in maart. Sterker nog, ze waren er rond dezelfde tijd. Dat heeft een hoge Tunesische veiligheidsfunctionaris gisteren gezegd.

De burgeroorlog in Libië vormt een toenemende bedreiging voor de stabiliteit van Tunesië. Vanuit het wetteloze Libië kunnen radicaal-islamitische groepen in alle vrijheid aanslagen in Tunesië beramen. Het land is aantrekkelijk omdat centraal gezag ontbreekt en er veel mogelijkheden zijn om geld te verdienen aan olie en de smokkel van mensen, wapens en sigaretten. En met miljoenen werkloze jongeren in Libië en Tunesië zijn er genoeg potentiële rekruten.

De daders van de aanslagen in Sousse en Tunis konden ongemerkt de grens met Libië oversteken. De autoriteiten hebben grote moeite om de 200 kilometer lange grens te bewaken. Tunesië is de afgelopen jaren overspoeld met wapens die afkomstig zijn uit de depots van de vermoorde Libische leider Moammar Gaddafi. De Tunesische autoriteiten zijn niet tegen de smokkelaars opgewassen. Vorig jaar reden honderd vrachtwagens op hoge snelheid Tunesië binnen ondanks verzet van de grenspolitie in Ras Jdeir. Vermoedelijk vervoerden ze wapens.

Na een aanslag wordt de grens voor even gesloten en wordt de bewaking opgevoerd. Maar permanente sluiting is onmogelijk. Duizenden mensen steken dagelijks de grens over, om handel te drijven of familie te bezoeken. De afgelopen jaren zijn honderdduizenden Libiërs vanwege de burgeroorlog naar Tunesië gevlucht. Velen gaan regelmatig terug als het veilig genoeg is.

Libië werkt als een magneet op geradicaliseerde Tunesische jongeren. Tunesië worstelt sinds de revolutie in 2011 met terrorisme. Er zijn 3.000 Tunesiërs naar Syrië en Irak vertrokken om te vechten voor radicaal-islamitische rebellengroepen, vooral voor de Islamitische Staat (IS). Een disproportioneel groot aantal voor een land met 11 miljoen inwoners.

De meesten zijn via Libië gereisd, waar ze training hebben gekregen alvorens ze op het vliegtuig stapten. Tegenwoordig blijven de meeste jongens die op jihad gaan hangen in Libië. Ze sluiten zich aan bij de fundamentalistische milities die vechten tegen de Libische regering of bij meer radicale groepen zoals IS. Enkele honderden zouden zijn teruggekeerd naar Tunesië, mogelijk om aanslagen te plegen.

De dader van de aanslag in Sousse is geïdentificeerd als de 24-jarige Seifeddine Rezgui, die werktuigbouwkunde studeerde aan de universiteit van Kairouan. In januari vertrok hij stilletjes uit zijn geboortestad en glipte de grens met Libië over. Rezgui kwam terecht in het westelijke Sabratha, een van de best bewaarde steden uit de Romeinse tijd dat beroemd is vanwege zijn schitterend geconserveerde amfitheater.

In een nabijgelegen legerbasis had IS een trainingkamp opgezet. Daar zouden Rezgui en de twee Tunesiërs die een bloedbad aanrichtten bij het Bardomuseum training hebben gekregen. Het is onduidelijk of ze in dezelfde groep zaten en of ze handelden op bevel van IS. Beide aanslagen zijn wel opgeëist door de groep.

Het is onduidelijk hoeveel hulp de dader van de aanslag in Sousse heeft gehad. Zeven mensen zijn opgepakt op verdenking van medeplichtigheid. De politie is bezig met een klopjacht op twee andere vermeende handlangers die nog voortvluchtig zijn.

Gisteren werden in het hele land posters verspreid van Rafik al-Tayari, een 24-jarige manager uit Tunis, en Mohammed al-Charadi, een 23-jarige student uit Bizerte. De politie gaat ervan uit dat ze gewapend zijn.