Bijklussen in de bijstand moet natuurlijk wel lonen

Foto ANP / Nils van Houts

Als bijstandsgerechtigden iets verdienen worden ze voor datzelfde bedrag gekort op hun uitkering. Werken loont dan niet, menen econometrist Sjir Hoeijmakers en politicoloog Alexander de Roo.

Het is goed dat in het nieuwe belastingplan belasting van arbeid naar consumptie wordt verschoven. Maar helaas blijft in dit plan een belangrijke maar verborgen belastingschijf buiten beschouwing: de schijf met een tarief van ongeveer 100 procent voor mensen met de laagste lonen, beter bekend als de ‘armoedeval’.

Wie vanuit een bijstandsuitkering een baan vindt, moet iedere verdiende euro terugbetalen door korting op zijn uitkering. Daarnaast verdwijnt ook het recht op toeslagen en andere regelingen. Dit betekent dat deze nieuwe werknemers er in sommige gevallen op áchteruit gaan in inkomen wanneer zij betaald gaan werken. De wig – het verschil tussen wat een werkgever betaalt en wat een werknemer hier netto aan overhoudt – is dan ook nergens zo groot als voor mensen met een laag inkomen. Praktisch gezien betalen deze mensen een belastingtarief van om en nabij de 100 procent over hun eerstverdiende euro’s. Werken loont dus niet voor mensen met een bijstandsuitkering.

In letterlijke zin betalen bijstandsgerechtigden natuurlijk geen belasting: zij ontvangen juist een toelage van de overheid. Ook wordt een groot deel van hun inkomen niet via de Belastingdienst maar via de sociale dienst afgehandeld. Deze groep wordt daardoor meestal vergeten wanneer we het over belastingen op arbeid hebben. In de praktijk gelden hier echter dezelfde economische en maatschappelijke overwegingen. Het tarief van 100 procent in deze verborgen ‘eerste schijf’ heeft bijvoorbeeld evengoed een effect op het arbeidsaanbod als het tarief van 42 procent in de schijf waar nu een verlaging naar 40 procent wordt overwogen. Daarom is het juister om de armoedeval als een belastingprobleem te zien en ook als zodanig te behandelen. Nu zijn er twee manieren om iets aan de armoedeval te doen. De eerste is het verlagen van het inkomen van mensen die geen werk hebben. Maar uitkeringsgerechtigden kunnen nu al nauwelijks rondkomen. Bovendien neemt dit de armoedeval niet echt weg, maar je verkleint alleen het ‘inkomensgebied’ waarvoor het tarief van 100 procent geldt.

Lees verder (€)