Bevrijde melkveehouders wacht Brusselse kater

Giga-mestoverschot dreigt na afschaf melkquotering, waarschuwen Pieter Winsemius, Sjaak Hoogendoorn en Wouter van der Weijden.

Het leek zo mooi: op 1 april verviel de Europese melkquotering en mochten veehouders weer zo veel koeien houden en zo veel melk produceren als ze wilden. Sommige veehouders spraken van ‘bevrijdingsdag’. Weliswaar werd van verschillende kanten gewaarschuwd dat de sector al snel milieugrenzen zou overschrijden, maar volgens bestuurders van landbouworganisaties en zuivelindustrie zou dat zo’n vaart niet lopen.

Het liep wél zo’n vaart. Binnen drie maanden na afschaffing van de quotering is al duidelijk dat de melkveehouderij veel meer melkkoeien is gaan houden. Zo veel meer dat de mestproductie is toegenomen tot boven het plafond dat in 2006 met de Europese Commissie was afgesproken. Daarmee loopt niet alleen het milieu, maar ook de sector zelf gevaar.

Dat zit zo. Volgens de Nitraatrichtlijn mogen boeren niet meer dierlijke mest uitrijden dan overeenkomt met 170 kilo stikstof per hectare grasland. Omdat Nederland een goed klimaat heeft voor grasgroei, hebben onze veehouders een ‘derogatie’ gekregen. Die houdt in dat ze vooralsnog 250 kg stikstof per ha aan dierlijke mest mogen uitrijden. Maar aan die versoepeling verbond Brussel de voorwaarde van een maximum aan de totale mestproductie van de Nederlandse veestapel.

Nu dat maximum is overschreden dreigt Nederland zijn derogatie te verliezen, waardoor veehouders aanzienlijk minder mest per hectare grasland mogen uitrijden. Dat zou betekenen dat Nederland er in één klap een gigantisch mestoverschot bij krijgt. De melkveestapel zou met minstens een kwart moeten krimpen en dat zou duizenden melkveebedrijven de kop kosten. De nu nog bloeiende zuivelindustrie zou in een crisis raken en ook fraaie weidelandschappen zouden teloor gaan.

Staatssecretaris Dijksma heeft al twee jaar geleden aangekondigd dat ze bij overschrijding van het mestplafond zou ingrijpen. Dat zou ze doen door dierrechten in te voeren. Veehouders mogen daardoor niet méér koeien houden dan ze hadden op een nader te bepalen datum.

Dijksma houdt woord: ze wil op korte termijn een standstill afkondigen. Die zal onmiddellijk ingaan, mogelijk zelfs met terugwerkende kracht. Maar er is meer nodig: omdat het plafond al is overschreden zal Dijksma de melkveerechten zo ver moeten korten dat de mestproductie weer beneden het plafond komt. Na de feestvreugde van het einde van de melkquotering volgt dus al snel de kater.

Cruciaal is nu hoe Dijksma gaat korten: met de kaasschaaf, zodat elk bedrijf een zelfde percentage dieren inlevert? Of gaat ze differentiëren, en zo ja, hoe? Volgens het principe ‘de veroorzaker betaalt’ is er veel voor te zeggen om de bedrijven die recent het sterkst zijn gegroeid, te korten met het hoogste percentage.

Tegelijk is er veel voor te zeggen om de extensieve melkveebedrijven, die per definitie al hun mest verantwoord kunnen benutten op eigen land, in het geheel niet te korten. Daarvoor pleiten tenminste vier argumenten.

Ten eerste produceren deze bedrijven geen mestoverschot. Ten tweede hanteren ze korte kringlopen van stikstof en fosfaat en passen ze prima in de circulaire economie die vandaag allerwege wordt bepleit, tot zelfs in het regeerakkoord. Ten derde laten deze bedrijven in tegenstelling tot veel intensieve bedrijven veelal de koeien in de wei, wat een grote meerderheid van de Nederlandse samenleving positief waardeert en wat FrieslandCampina zelfs in China in zijn marketing gebruikt.

Ten vierde zitten in de extensieve groep veel bedrijven die op biologische wijze produceren en/of meedoen aan agrarisch natuurbeheer, vooral beheer van weidevogels. Daarmee verlenen ze een belangrijke maatschappelijke dienst.

Kortom, dat Dijksma gaat ingrijpen is onvermijdelijk. Maar het is cruciaal dat ze daarbij de extensieve bedrijven spaart. Zij hebben het mestprobleem immers niet veroorzaakt, worden gemiddeld genomen maatschappelijk het meest gewaardeerd en dragen het meest bij aan het imago van de sector.