Column

Beletteraarster

De dood kan er bedrieglijk mooi bij liggen. Ik liep met mijn vrouw over een kerkhof in Assen, gelegen naast crematorium De Boskamp, waar een uurtje later een rouwdienst zou beginnen. De graven koesterden zich in een nog net niet te warm zonnetje en boden een bijna idyllische aanblik tussen al het sappige groen van de perfect onderhouden gazons.

Ik betrapte me op de gedachte dat ik daar wel wilde liggen, als het nou echt niet anders kon.

Toch waren we daar nu juist om het ándere gezicht van de dood te zien. De dood als tiran die wreed zijn macht uitoefent. Die soms uitstelt, maar nooit afstelt. Die als een sluipschutter kan toeslaan, zoals bij Aly, voor wier rouwdienst we gekomen waren. Aly kenden we al van heel lang geleden, toen we nog in Groningen woonden; ze was de vrouw van Roelof, collega en vriend.

Het werd een sobere, aangrijpende rouwdienst met goede sprekers en aparte muziek – nu eens niet droevig-ingetogen klassiek, maar een stemmige versie van Billie Holiday’s Strange Fruit en de gevoelvolle soul van Solomon Burke’s Only a dream. Elke spreker, inclusief haar twee zoons, nam een ander facet van Aly’s leven onder de loep, een rijk sociaal leven, wat meteen de overweldigende opkomst verklaarde: er waren veel meer bezoekers dan de zaal kon bevatten.

Op een goede rouwdienst kom je meer over de overledene te weten dan je tevoren wist. Ik hoorde voor het eerst dat Aly, werkzaam in het onderwijs met een passie voor kleuters, in haar vrije tijd beletteraar was geweest. Of moest je zeggen: beletteraarster, vroeg de voorzitter van de Stichting Noorderbegraafplaats Assen zich af. Dat kan wel degelijk, al staat het wat raar, dat ‘raarster’.

Het woord, en de bezigheid waaraan het ontleend was, fascineerde me. Ik had er nooit eerder bij stilgestaan dat vrijwilligers met zulk werk bezig waren. Die Noorderbegraafplaats van Assen is een oud, nogal onderkomen kerkhof, begreep ik, waar allerlei voorname Assenaren begraven liggen.

Een team van vrijwilligers restaureert met steun van de gemeente de begraafplaats, Aly coördineerde de beletteraars en beletteraarsters. Zij kon dagen met haar penseeltje op een graf liggen om de uitgesleten letters één voor één bij te werken. Ze wilde verven, verder geen gezeur, had ze de voorzitter gewaarschuwd, want ze was ook al bestuurslid van de Stichting Struikelstenen, die steentjes met plaatjes van messing, oorspronkelijk Stolpersteine genaamd, op de stoep van huizen waaruit Joden verdreven (en vervolgens vermoord) werden.

Als je het goed beschouwde, bepeinsde ik later in de trein naar huis, deed Aly veel goeds om de wreedheid van de dood voor de nabestaanden te verzachten. Dankzij haar en de andere vrijwilligers stonden de nabestaanden van die voorname Assenaren nu ontroerd voor het graf van hun voorouders. En de kinderen en de kleinkinderen van die vermoorde Joden troffen niet zomaar een kaal woonhuis aan, maar een stoep waarin de tragische geschiedenis van de bewoners vereeuwigd was.

Denk nu niet dat de dood haar hiervoor dankbaar was – dan kent u de dood niet. Aly had twee dagen eerder nog op de Noorderbegraafplaats haar werk gedaan, toen ze thuis op een zondagavond met haar man tv zat te kijken: Tussen Kunst en Kitsch. Plotseling werd ze onwel, vier, vijf minuten later was ze al dood.

63 jaar. Pas.