Wie is bang voor een VN-tribunaal? Hij niet

Een internationaal MH17-tribunaal zoals minister Koenders dat bepleit, biedt de schijn van daadkrachtige en efficiënte rechtspleging. De schijn, ja. We hebben betere kaarten als we zelfstandig tot vervolging overgaan, betoogt Göran Sluiter.

Illustratie Marian Kamensky
Illustratie Marian Kamensky Illustratie Marian Kamensky

Minister Koenders van Buitenlandse Zaken lobbyt voor de oprichting van een MH17-tribunaal onder de vlag van de VN. Dat zei hij gisteren in een interview met de Volkskrant. Een slecht idee. Gelet op de ervaringen met verschillende internationale straftribunalen is het beter als Nederland zelfstandig tot vervolging overgaat: dat is efficiënter en goedkoper.

Koenders wekt de suggestie dat zo’n VN-tribunaal meer gezag heeft en gemakkelijker Russische medewerking kan afdwingen. Dat ligt niet voor de hand. Als permanent lid van de VN Veiligheidsraad kan Rusland al bij de oprichting ervan grote invloed uitoefenen.

Op papier kan het tribunaal nog zo sterk lijken, maar dat zegt niets over de praktijk. Het Internationaal Strafhof probeert bijvoorbeeld al jaren de president van Soedan, Bashir, aan te houden. Helaas zonder resultaat.

Navrant is dat juist de Veiligheidsraad aandrong op onderzoek naar misdrijven in Soedan, maar vervolgens liet de Raad het Strafhof vallen als een baksteen; de leden ondernemen niets om Bashir te arresteren. Een zelfde lot zal mogelijk ook een MH17-tribunaal treffen. Met een veto kan een permanent lid, bijvoorbeeld Rusland, het tribunaal vleugellam maken.

Ook om andere redenen is een apart internationaal tribunaal niet verstandig. De stand van zaken bij het Internationaal Strafhof en het Speciaal Tribunaal voor Libanon stemt weinig hoopvol. Strafrechtelijke onderzoeken en vervolgingen verlopen uiterst traag en moeizaam. Het Libanon Tribunaal houdt zich alleen nog maar bezig met verstekzaken, dus buiten de aanwezigheid van verdachten, waar eveneens weinig voortgang in zit.

Zo bezien is het naïef om te denken aan de oprichting van een MH17-tribunaal zonder inschatting van hoeveel verdachten in beeld zouden kunnen komen en wat de kans op aanhouding en uitlevering is. Komt het tot berechting bij verstek, dan kan dat ook prima in Nederland. Bovendien heeft een VN-tribunaal een lange aanlooptijd nodig: het zal personeel in dienst moeten nemen, de organisatie op orde moeten krijgen en verder onderzoek willen doen. Gelet op ervaringen met andere internationale tribunalen zal een strafzaak bij een nieuw op te richten tribunaal niet binnen vijf tot tien jaar zijn afgerond.

De kosten zijn ook nog eens enorm. Het budget van het Libanon Tribunaal, waar een MH17-tribunaal zich qua omvang aan zou kunnen spiegelen, ligt op 50-60 miljoen dollar per jaar. Het functioneert sinds 2009 (dus al meer dan 400 miljoen dollar). Nog geen enkel proces is in eerste aanleg afgerond.

Besef dat berechting van internationale misdrijven door internationale tribunalen een noodoplossing is als de nationale rechtspleging niet beschikbaar is, slecht functioneert of als berechting op nationaal niveau tot te grote spanningen leidt. Bijna alle zaken bij het Strafhof en de oprichting van tijdelijke internationale tribunalen zijn op basis van dit simpele uitgangspunt te verklaren. Maar in het geval van de aanslag op MH17 is dit niet aan de orde, omdat er gewoonweg uitstekende alternatieven beschikbaar zijn.

Nederland lijkt het meest aangewezen land om strafvervolging in gang te zetten – als daarvoor voldoende bewijs is – en zal dat beter doen dan enig internationaal tribunaal. Als het gaat om het afdwingen van samenwerking van bijvoorbeeld Rusland, dan blijven er genoeg mogelijkheden over, ook als berechting door Nederland plaatsvindt. Er is namelijk geen internationaal tribunaal voor nodig om de Veiligheidsraad – of andere internationale organisaties, zoals de EU – de Russen aan te laten sporen volledig met de Nederlandse justitie samen te werken.

Sterker, de oprichting van een internationaal MH17-tribunaal zou zelfs bepaalde juridische mogelijkheden richting Rusland bemoeilijken. Zo kan Nederland nu Rusland wijzen op de verplichting tot uitlevering onder bepaalde verdragen tussen beide landen en kunnen nabestaanden klagen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens als Rusland niet goed meewerkt.

Ook voor een – mogelijk Russische – verdachte is berechting in Nederland aantrekkelijker, omdat na afronding van drie instanties (Rechtbank, Gerechtshof en Hoge Raad) er geklaagd kan worden bij datzelfde Europees Hof voor de Rechten van de Mens over vermeende schendingen van het recht op een eerlijk proces.

Deze mogelijkheden zijn er niet – of in mindere mate – in geval van berechting door een internationaal tribunaal. Kortom, de Nederlandse rechtspleging is niet alleen efficiënter, maar voor verdachten ook eerlijker, omdat het onder toezicht staat van internationale mensenrechtenhoven.

Uiteindelijk gaat het om het doen van recht, in de richting van de nabestaanden van de slachtoffers, maar ook naar mogelijke verdachten toe. Een internationaal MH17-tribunaal is een luchtkasteel dat de schijn biedt van daadkrachtige en efficiënte rechtspleging. Nederland kan het zelf vele malen beter en moet dat nu gewoon gaan doen.