Wereldbank is blij met Chinese investeringsbank

Vicepresident Wereldbank Oost-Azië en Pacific

De Wereldbank verwelkomt de investeringsbank AIIB. „Er is genoeg ruimte voor iedereen.”

De Chinese president Xi Jinping (midden, rechts) met vertegenwoordigers van landen die meedoen aan de AIIB, gisteren in de Grote Hal van het Volk in Beijing.
De Chinese president Xi Jinping (midden, rechts) met vertegenwoordigers van landen die meedoen aan de AIIB, gisteren in de Grote Hal van het Volk in Beijing. Foto Wang Zhao / AP

De ambitieuze nieuwe infrastructuurbank voor Azië, de AIIB, bezorgt sommigen in het Westen rillingen, vooral veel Amerikanen. Ze zien er een middel in waarmee China zijn macht in de regio verder probeert uit te breiden.

Maar Axel van Trotsenburg, vicepresident van de Wereldbank voor Oost-Azië en het Pacifische gebied, verwelkomt de nieuwe bank van harte. „In Azië beloopt het tekort aan investeringen in de infrastructuur zo’n 800 miljard dollar per jaar”, zegt hij. „Hoe meer die kloof wordt gedicht, hoe beter. Geen bank kan dat tekort alleen overbruggen. Als Wereldbank investeren wij jaarlijks 10 miljard dollar in de Aziatische infrastructuur. Zelfs als we dat verdubbelen zou de kloof nog lang niet zijn gedicht.”

De Wereldbank staat de Chinezen met raad en daad terzijde, zoals ze dat ook bij andere nieuwe regionale multilaterale banken heeft gedaan. Bijvoorbeeld bij de Oost-Europabank na 1989 en bij de Islamitische Ontwikkelingsbank in 1975. „We moeten elkaar steunen”, zegt Van Trotsenburg, die zowel de Nederlandse als de Oostenrijkse nationaliteit heeft. „Er is genoeg ruimte voor iedereen. En die nieuwe infrastructuur is goed voor de economische ontwikkeling en helpt bij de armoedebestrijding.”

Het potentieel van Azië, met name Oost-Azië, blijft enorm, betoogt hij. De afgelopen jaren was Oost-Azië, in geld uitgedrukt, dikwijls goed voor de helft van alle groei in de wereld. In China loopt die groei nu iets terug, maar voor dit jaar wordt nog een groei van rond de 7 procent verwacht.

Opkomende middenklasse

„Dat betekent dat er in één jaar tijd weer zo’n 700 tot 800 miljard dollar bij komt, ruwweg evenveel als de totale omvang van het Nederlandse bruto binnenlands product”, aldus Van Trotsenburg, die in Nederland was voor een lezing en gesprekken met politici en ambtenaren over de economische mogelijkheden in Azië.

Naar verwachting zal de Chinese middenklasse (door de Wereldbank gedefinieerd als mensen die ten minste 10 dollar per dag verdienen) de komende twintig jaar groeien van ruim 200 miljoen mensen tot een miljard. Van Trotsenburg hoopt dat die nieuwe middenklasse ook meer gaat consumeren, zoals dat in westerse economieën is gebeurd. Het zou de wereldhandel een enorme impuls geven.

Politieke bezwaren tegen de AIIB wegens de leidende rol van China ziet Van Trotsenburg niet. „Elk land heeft zijn eigen belangen. Dat is voor China niet anders dan voor de VS of voor Nederland. Kijk naar de Inter-American Development Bank. De VS zijn daarin met 30 procent de grootste aandeelhouder. Toch is het vooral een Latijns-Amerikaanse organisatie. Het gaat om de manier waarop je samenwerkt en meerwaarde voor lidstaten creëert.”