Steeds meer als Mekka, maar dan dichterbij

Het streng islamitische noorden van Sumatra verbaast met zijn strikte uitleg van de sharia. Sinds deze maand geldt er zelfs een avondklok voor vrouwen.

Burgemeester Illiza Sa’aduddin Djamal (41) ziet een glorieuze toekomst voor haar Banda Atjeh als middelpunt van het shariatoerisme in Azië. „In plaats van naar Mekka te gaan, kunnen toeristen uit Indonesië en Maleisië beter hier komen. Dit is veel dichterbij dan Mekka”, zegt Illiza, speciaal voor de ramadan gekleed in een stemmige zwarte kebaya, met zwarte glitter op haar mouwen.

Atjeh is de bakermat van de islam in Indonesië, zegt Illiza in een vergaderzaal op het gemeentehuis. „Hier kreeg de islam eeuwen geleden voet aan de grond. Dit is een historische plek. Dit jaar halen wij bekende imams uit Saoedi-Arabië om meer toeristen te trekken. Bovendien: hier worden vastende toeristen niet afgeleid door feesten en verleidingen.”

Deze maand wekte Illiza de woede van de rest van Indonesië met haar jongste maatregel. Vrouwen mogen na 11.00 uur ’s avonds niet meer zonder een mannelijk familielid de straat op.

De avondklok kwam Atjeh op ongekend harde kritiek uit Jakarta te staan. „Ik kan geen enkele reden bedenken waar die regel goed voor is”, verzuchtte vicepresident Jusuf Kalla. De Indonesische Commissie tegen Vrouwengeweld is mordicus tegen. „Als Atjeh de positie van vrouwen wil verbeteren, is het zinvoller iets tegen huiselijk geweld te doen”, zei voorzitster Azriana, afkomstig uit Atjeh, tegen Indonesische journalisten. De progressieve Engelstalige krant The Jakarta Post drukte een woedend opiniestuk van activist Iwan Dzulvan Amir af. „In anderhalf decennium zijn vrouwen in Atjeh stelselmatig gedegradeerd tot tweederangsburgers”, aldus de schrijver.

Gewoonlijk laat de de rest van Indonesië Atjeh zijn gang gaan, bang om een gevoelige zenuw te raken die voor binnenlandse spanning zorgt. Bovendien is Indonesië in meerderheid een sociaal conservatief land waar velen het eigenlijk wel best vinden dat amorele mensen als overspelige echtgenoten de klappen van de zweep voelen. Maar bij voorbaat de helft van de bevolking van Banda Atjeh uit het nachtelijke leven verbannen gaat zelfs Indonesische conservatieven te ver.

Op straat in Banda Atjeh, iets na elven ’s avonds, snapt Asma (55) de commotie niet goed. „Het past niet in de lokale cultuur dat vrouwen ’s avonds alleen uitgaan. Dat is geïmporteerd door mensen uit andere delen van Indonesië”, zegt Asma.

Gebakjes en heel veel sigaretten

Met twee dochters en een vriendin zit Asma met gekleurde hoofddoek tussen honderden mannen in witte gewaden. Het avondgebed van de eerste dag van de vastenmaand is voorbij. Op lage plastic stoeltjes drinkt de menigte sterke Atjese koffie, eet zoete gebakjes en rookt vooral heel veel sigaretten. Na een lange avond in de moskee mogen de mannen eindelijk los.

Dat de geloofswetten steeds meer het dagelijks leven beïnvloeden, vindt dochter Yani (33) niet erg. „Echte Atjeeërs zijn altijd gelovig geweest. Als hun band met God ook in de wet wordt erkend is dat alleen maar fijn. Ik zou mij ervoor schamen alleen met mijn broer uit te gaan. Als er geen andere vrouwen zijn, blijf ik liever thuis”, zegt ze.

Voor de Grote Baiturrahman Moskee luisteren groepen jongeren naar de muezzin. Op de trappen van de grote minaret zitten Dewi (17) en Rona (18). De twee tieners zijn ambitieus. Dewi wil biologie studeren. Rona zit op een hogeschool. Ze willen ook goede moslims zijn. Ze snappen dat het allemaal tweeslachtig oogt. Aan de ene kant kan een vrouw in Banda Atjeh burgemeester zijn en in vergaderingen afdwingen dat zeven besnorde ambtenaren ja knikken bij elke opmerking die ze maakt. Anderzijds moeten Dewi en Rona constant op hun hoede zijn voor de patrouilles van de shariapolitie.

In hun pick-uptrucks rijden agenten – mannen en vrouwen – door de straten op zoek naar overtredingen. ‘Mbak (mevrouw), uw rok is te strak’. ‘Mbak, u mag niet wijdbeens op een motor zitten’. ‘Mbak, u draagt geen kousen’. Dewi: „Waar het op neerkomt is dat je als vrouw hier voor alles moet knokken. Wil je studeren? Niemand die je helpt. Je moet het zelf regelen.”

In theorie is er gelijkheid, vult haar vriendin Rona aan. „Volgens de sharia mogen jongens ook geen korte broeken dragen”, zegt ze. Waar Rona en Dewi constant aan hun lange rokken sjorren om te zorgen dat hun enkels bedekt blijven, hangen jongens iets verderop in korte broeken languit op het gras. „De jongens hoeven zich niet aan de regels te houden”, wijst Rona.

De jongens zijn studenten van een islamitische kostschool die uit het zuiden van Atjeh voor het gebed naar de grote moskee zijn komen reizen. Drie dagen waren ze onderweg. „Een beetje rijden, een beetje muziek maken, een beetje eten”, zegt Mohammed Faisal, een 21-jarige aspirant-imam. Er zijn veel dingen die Mohammed niet weet. Wie de president en vicepresident van Indonesië zijn, bijvoorbeeld. Maar één ding weet hij wel: de rest van Indonesië zou een voorbeeld moeten nemen aan hoe de sharia in Atjeh wordt nageleefd. „Een vrouw hoort van voet tot handpalm bedekt te zijn”, zegt hij. Dat meisjes als Dewi en Rona net als hij ook op avontuur willen, kan hij zich niet voorstellen.

Om mannen in Banda Atjeh te vinden die de sharia haten, moet je naar een stinkende steeg achter de moskee. Een rat schiet het riool in. Ical (21) praat in een kring met zijn vrienden. Ical – kisten, tatoeages, loeistrakke spijkerbroek – krabt aan zijn hoofd. Tot vorige maand had hij lang haar. Nu heeft hij stekeltjes. „De shariapolitie kreeg mij te pakken. Wat ik had misdaan? Ik ben punker. Ik pas niet in hun definitie van normaal”, zegt hij. Ical zat vier dagen in de gevangenis. „Om heropgevoed te worden hebben ze mijn hoofd kaalgeschoren.”

De punkers snappen niet waarom de sharia zo streng moet worden nageleefd in Banda Atjeh. „Ik ben hier geboren. Waarom word ik dan niet geaccepteerd zoals ik ben? Atjeh is niet alleen van de imams en de shariapolitie. Atjeh is ook van mij.”