‘Statement jury over de rug van jonge makers’

De Ton Lutzjury weigerde de prijs voor beste afstudeerregie uit te reiken, en gaf kritiek op de opleidingen. Die zijn het er niet mee eens. „Ongemeen scherp.”

Ze wilden simpelweg niet „de minst slechte voorstelling” bekronen. Dat zegt regisseur Gerardjan Rijnders, voorzitter van de Ton Lutzjury, over de weigering de prijs dit jaar toe te kennen. De Ton Lutzprijs voor beste regie wordt jaarlijks uitgereikt aan een afstuderend regisseur van de regieopleidingen in Amsterdam en Maastricht. De jury sprak op de uitreiking vrijdag harde woorden over het niveau dit jaar. Ze miste „ambacht en noodzaak”. Rijnders: „Sommige voorstellingen waren van het niveau van eerstejaars. Daar wilden wij onze bezorgdheid over uitspreken.”

Directeur Jan Zoet van de Theaterschool Amsterdam, waarvan twee regisseurs kans maakten op de prijs, betreurt het besluit van de jury. „De jury maakt een statement over de rug van jonge kunstenaars. Dat ze zelfs niet de belofte van talent zagen, vind ik hard, cynisch en niet terecht. Er is in de pers over sommige voorstellingen behoorlijk lovend geschreven.” Rijnders: „Het is geen prijs voor de grootste belofte, maar voor de beste regie.”

Volgens Rijnders worstelen jury’s al langer met het niveau van de afstudeervoorstellingen. Uit het juryrapport klinkt daarom kritiek op de regieopleidingen. Hoe ver moet een afstuderend regisseur zijn in zijn of haar ontwikkeling? Jan Zoet: „Niemand is natuurlijk na vier jaar al helemaal klaar.” Rijnders: „We verwachtten geen volmaakte producties, wel prikkelende voorstellingen, waar persoonlijke noodzaak en urgentie uitspreekt.” Volgens Zoet is het statement van de jury een weerspiegeling van het zelfonderzoek van de theatersector. „Goed dat de sector zichzelf bevraagt op het gebied van urgentie en relevantie, maar om die eisen nu al volledig te projecteren op net afstuderend talent, is voorbarig.”

De jury was vooral negatief over het niveau van de zes voorstellingen van de Toneelacademie Maastricht. Coördinator Aram Adriaanse herkent zich niet in de kritiek. „De jury heeft ongemeen scherp geoordeeld. Ik heb bij onze voorstellingen iets heel anders gezien; anders zouden deze studenten niet afstuderen. Het is zuur dat deze jonge makers nu publiekelijk een onvoldoende krijgen. En het ligt niet aan de opleiding: vorig jaar schreef NRC dat juist Maastricht indruk maakte op het gebied van dramaturgie, acteursregie en theatrale bagage. Nu beweert deze jury het tegenovergestelde.”

De tumultueuze slotavond volgde op een bewogen week, waarin een groep studenten kritiek uitte op afstudeerfestival ITs en vraagtekens plaatste bij de prijsuitreiking. Jury’s ontvingen van deze Schaduwploeg een brief, waarin hen werd gevraagd hun keuze inhoudelijk te onderbouwen. Vervolgens besloten zowel de Ton Lutz-jury als de jury van de Krisztina de Châtel Award voor beste choreografie geen prijs toe te kennen.

Is dit nu de ultieme consequentie van de kritiek van de Schaduwploeg? Eline Arbo van de Schaduwploeg: „Wij hebben nooit bedoeld dat collega’s te horen zouden krijgen dat ze tekortschieten. Maar we plaatsen wel vraagtekens bij de dominantie van dit prijzencircus op het festival, en willen bewustzijn creëren over het effect van zo’n prijs. Het is goed dat daar nu debat over is ontstaan.” Rijnders: „Omwille van de prijs zijn studenten vaker werk gaan maken waarvan ze denken dat het gewaardeerd wordt. Nu de prijs niet vanzelfsprekend wordt uitgereikt, kunnen zij misschien loskomen van die neiging. Wij zeggen: denk niet aan die prijs, maar aan jezelf.”