Opinie

Pleintjesvoetbal in de klas

De rust in de gangen. De kalmte in de klassen. Bij Nederlands buigen de kinderen zich over de oorzaken van hooikoorts, bij economie moeten ze verkoopfacturen coderen. Overal dezelfde concentratie – bij docent en leerlingen. Die ene keer dat de les wordt stilgelegd, is als een leerling een ander plaagt – „jij bent dom” – en daarna deemoedig de uitbrander van de leraar ondergaat.

Bevind ik mij wel Entre les murs?

Vijftig nationaliteiten bevolken het Rotterdams Vakcollege de Hef, op Zuid. Als ik vier jaar geleden was komen kijken, ja, dan had ik iets gezien wat leek op het Franse docudrama. Toen directeur Selma Klinkhamer net was aangetreden, liep „de straatcultuur drempelloos de school in”. Leerlingen die op straat de baas waren, dachten dat ze ook op school de baas waren. „En docenten dachten daar niet anders over.”

In vier jaar tijd is dat helemaal veranderd. Kinderen met machogedrag werden met zachte hand aangepakt. Ze hadden aandacht nodig, zegt Klinkhamer. Dan heeft het geen zin terug te tieren als ze brutaal zijn, wel om te vragen: Waarom ben je zo boos? „Dan zie je het rustig worden.”

Elke dag begint nu met een half uur bij de eigen mentor, die samengevat deze vraag stelt: is er iets wat jou in de weg staat om goed onderwijs te volgen vandaag?

De docenten kregen masterclasses van de Rotterdamse socioloog Iliass el Hadioui, die hun leerde werken met hun „emotionele bluetooth”. Leraren moeten ‘transformatief’ kunnen zijn in de klas. Als een leerling tegen leraar Nederlands Emiel Vijfhuizen zegt: „Rustig aan, meneer”, dan antwoordt hij: „Ik doe rustig aan hoor, werk jij door?” Spelgevoel, noemt El Hadioui dat, pleintjesvoetbal.

Klinkt soft? „In de politiek vinden ze dat soft, ja”, zegt Selma Klinkhamer. Maar kijk: het verzuim – „het leek hier wel een café” – is teruggelopen naar een verwaarloosbaar percentage. Er wordt nauwelijks gepest. En alle eindexamenleerlingen hoorden twee weken geleden dat ze waren geslaagd.

„Daar kijk ik niet eens naar”, zegt Klinkhamer. Voor haar is het onderwijs op De Hef geslaagd als leerlingen op school vaklui zijn geworden, maar ook „mensen die op straat ‘nee’ durven zeggen”.

Kunnen we juichen? Nee. Ondanks de voorbeeldige verbetering, ondanks de 100 procent geslaagden, ondanks de geheelde samenwerking met basisscholen, daalt dit jaar het aantal aanmeldingen op De Hef, dat in de eerste Klinkhamerjaren steeds steeg. Van 100 vorig jaar naar 76 nu.

Komt door de ouders, zegt Klinkhamer. In hun ijver hun kinderen de beste kansen te geven, sturen ze hen naar scholen die te hoog gegrepen zijn. Het helpt niet dat Klinkhamer statistieken laat zien die aantonen dat deze leerlingen als lasser een betere kans hebben op een goedbetaalde baan dan met een mbo-diploma boekhouding.

Dat de Citotoets geen rol meer mag spelen in het advies voor de middelbareschoolkeuze, versterkt de tendens. Onderwijzers op de basisschool hebben geen wapen meer in handen tegenover al te optimistische ouders. „Je kunt erop wachten”, zegt Klinkhamer. „Over een jaar stroomt onze tweede klas vol met de afhakers van de mavo.”

Ik moest denken aan de Amsterdamse onderwijsfunctionarissen die werden bedreigd door ouders, die boos waren over de middelbare school die hun kinderen toebedeeld kregen. De functionarissen werken verder op een schuiladres. Het lijkt warempel wel een nieuwe straatcultuur die drempelloos de school inloopt.