Nederlandse Turken vervreemden van democratie

Beangstigend dat zo’n hoog percentage NederTurken op een partij stemt wier leider te boek staat als autoritair, corrupt en anti-Europees, schrijft Tuncay Çinibulak.

Op 7 juni stemden Turken voor een nieuw parlement. Ook de NederTurken hebben voor het eerst in hun vijftigjarige geschiedenis meegestemd vanuit de polder. Van de 74.795 stemmen ging 64 procent naar president Erdogans Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP). Drie andere partijen scoorden elk rond elf procent. Een vergelijkbare uitkomst zien we ook in andere Europese landen waar veel Turken leven, maar nergens klopten de harten zozeer voor de AKP als in Nederland.

Het stemgedrag van de NederTurken is miraculeus en beangstigend. In eerste instantie zou je niet verwachten dat zo’n hoog percentage in Nederland op een partij stemt wier leider te boek staat als autoritair, corrupt en anti-Europees. Deze landgenoten zouden president Erdogan juist moeten afstraffen voor zijn megalomane ambities om sultan van Klein-Azië te worden en de partij-elite moeten wegstemmen vanwege de omkoopschandalen, verduistering van staatskapitaal, het drijven van illegale handel – wapens in ruil voor olie – met de terroristische Islamitische Staat (IS) en het monddood maken van de inheemse pers.

De stembuszege van de AKP in Nederland vind ik eveneens beangstigend. De NederTurken vinden het kennelijk prima dat de ‘legendarische leider’ op voet van oorlog staat met de alevieten, shi’ieten, Koerden en de buurlanden; dat de president koste wat kost van Turkije een gidsland wil maken voor de islamitische wereld, van iedere Turk een orthodox soennitisch moslim en veel van zijn tegenstanders buiten spel heeft gezet in een schijnproces (Ergenekon).

Het is niet eenvoudig aan te wijzen welke factoren precies tot het succes van de AKP in Nederland hebben bijgedragen, maar het zal niemand hoeven te verbazen dat het electoraal succes van de AKP-regering vooral te danken is aan de jarenlange propaganda en het brute machtsvertoon om haar idealen in de Turkse ziel te verankeren.

Deze Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling is sinds 2002 onafgebroken aan de macht geweest en heeft veel instellingen aan zich gebonden. Tien jaar geleden telde zijn beweging Milli Görüs (Nationale visie) bijvoorbeeld 37 moskeeën in Nederland. Dit aantal is inmiddels opgelopen tot 144. De AKP houdt ook grip op een aanzienlijk deel van de Turkse gemeenschap door het Directoraat voor Turken in de diaspora en familierelaties.

Maar één en ander hangt ook samen met de verharding van het huidige discours in de Nederlandse samenleving. Er heerst een gevoel van onzekerheid bij veel Turken over hun toekomst, lees ik geregeld in de Turkstalige pers, maar ook ikzelf merk het tijdens de uitoefening van mijn nevenfunctie als coördinator bij de Eigen Kracht Centrale in Rotterdam en in Den Haag.

Veel NederTurken vinden premier Rutte een zwak leider die de economische crises en de voortslepende werkloosheid niet heeft weten te bezweren, terwijl de Turkse economie onder president Erdogan alleen maar floreert. Ook hoor ik verhalen van mensen die op het werk veel ellebogenwerk te verduren hebben of kunnen veel Turkse jongeren moeilijk aan een stageplaats en aan een baan komen vanwege hun islamitische signatuur, zingt het rond in de moskeeën en theehuizen. Ten slotte vinden nogal wat Turken het zeer vreemd dat de Nederlandse regering de vijf invloedrijkste Turkse verenigingen in Nederland nauwlettend in de gaten houdt.

Dit allemaal helpt mij niet om hier als slotsom een zonnig beeld te schetsen. Veel hangt af van de vraag of de NederTurken het stemverlies van de AKP (van 50,8 naar 40,9 procent) als een belangrijk teken zien dat de one man show van president Erdogan Turken van elkaar en van de democratie vervreemdt, dus dat het hoog tijd is om de democratische normen en waarden en de nuchtere Hollandse kijk op zaken te omhelzen.