Lagere straffen in hoger beroep havenschandaal

De hoofdrolspelers in de omvangrijke fraude- en omkopingszaak rond het Rotterdamse havenbedrijf hebben in hoger beroep een veel lagere straf gekregen. In plaats van de onvoorwaardelijke celstraffen die in eerste aanleg werden opgelegd, deelde het hof vandaag grotendeels voorwaardelijke straffen uit. Dat meldt het OM.

Het hof acht omkoping voor beide zakenmannen bewezen. In eerste aanleg werd de omkoping maar gedeeltelijk bewezen verklaard.

Zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen kreeg 1 jaar cel, waarvan 285 dagen voorwaardelijk. De resterende tachtig dagen staan gelijk aan de tijd dat hij in voorarrest heeft gezeten. Ook moet hij 150.000 euro boete betalen.

Voormalige havendirecteur Willem Scholten hoorde 1 jaar voorwaardelijke cel en een boete van 75.000 euro. In eerste aanleg kregen de heren respectievelijk 2,5 en een 1 jaar celstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Een derde verdachte, de controller, kreeg 1 maand cel.

Het Openbaar Ministerie wilde dat Van den Nieuwenhuyzen en Scholten 5 en 2,5 jaar cel in zouden gaan. Zij hadden bovendien om onmiddellijke arrestatie gevraagd, omdat ze twee geen vaste verblijfplaats hebben.

Tegenover RTV Rijnmond reageerden de verdachten op het vonnis:

Twitter avatar PaulVerspeek Paul Verspeek Celstraf van Van den Nieuwenhuyzen, 80 dagen, is gelijk aan voorarrest. #havenschandaal

De zaak draait om de omkoping door Van den Nieuwenhuyzen van toenmalig directeur Scholten van het Havenbedrijf Rotterdam, met 1,2 miljoen euro en het ter beschikking stellen van een appartement in Antwerpen. In ruil daarvoor zou Scholten, buiten commissarissen en gemeenteraad om, voor ruim 180 miljoen euro aan garanties hebben afgegeven op bankleningen voor het RDM-concern van Van den Nieuwenhuyzen. Die garanties hielpen overigens niet, want RDM en aanverwante bedrijven gingen in 2004 failliet. Daarna kwamen de vermeende misdrijven aan het licht.