Kijken als een kind: die boterham is depri

Kinderen maakten foto’s voor de rubriek Klikkerdeklik in NRC. De opdracht was vrij, maar iets dat op iets anders lijkt, bleek onweerstaanbaar.

Boterhammen, ingestuurd door volwassen lezer Frank Schrover. „Dit is het brood dat ik vanochtend aansneed”, mailde hij.
Boterhammen, ingestuurd door volwassen lezer Frank Schrover. „Dit is het brood dat ik vanochtend aansneed”, mailde hij.

Je had duizenden klokhuizen gezien in je leven. En nooit had je gezien dat een klokhuis op een vis kan lijken. Maya en Nadia Westerduin zagen het en stuurden een foto naar de krant. Ze waren toen tien en acht.

Op deze pagina is de oogst te zien van een rubriekje dat sinds september vorig jaar op De Kleine Wetenschap staat, de kinderpagina van de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad. De rubriek heet Klikkerdeklik. De opdracht is: maak een foto van iets wat je bijzonder vindt. Het maakt niet uit wat het is en de foto hoeft niet mooi te zijn. Het ging erom wat kinderen opvalt als ze rondkijken.

Ze hadden honderdduizend soorten dingen, mensen of taferelen kunnen fotograferen. Maar wat onweerstaanbaar bleek: dat iets op iets anders lijkt. En dan vooral: op een dier of een mannetje. Op een gezicht. Of, verrassend, op een hartje. Grote mensen raakten ook aangestoken en begonnen ook zulke foto’s te sturen.

Waarom?

Dat van die gezichten is te verklaren. Onze menselijke beeldherkenning is dol op gezichten en mannetjes. We bezitten er zelfs speciale hersengebieden voor, de fusiform face area en de extrastriate body area. Continu speuren we onze omgeving af. Zijn er mensen in de buurt, wie zijn het, en hoe is het met hen – zijn ze blij, zijn ze humeurig?

We staan zo scherp afgesteld dat we ook de aardappels op het aanrecht, de groente op de snijplank en de boter in de pan zo onderzoeken. Dáár staat een zoete aardappel naar me te kijken. Mijn boterham is depressief. En o jee, de paprika grijnst psychotisch. Die zinsbegoocheling is niet alleen voor kinderen onweerstaanbaar. Het twitteraccount Faces in Things (@Facespics) heeft 500.000 volgers.

Maar een visje in een klokhuis en een krab in de rode kool? Onwaarschijnlijk dat ons brein daar aparte hoekjes voor heeft ingericht. Eerder lijkt het of het ‘rodekoolhoekje’ van kinderen nog niet compleet is ingericht. Wij volwassenen kennen het hoekje uit-en-te-na. Rode kool, dat is winter, appels, kruidnagel en kaneel. Aardappelpuree en hachee. Dat is het piepende geluid van het mes als je van de kool paarse flinters snijdt.

In dat hoekje zit geen witte krab, dus zien we hem niet. Het was een jongetje van drie, Rem de Vries uit Utrecht, dat hem wel zag.

Wat ook opviel: bijna alle ingezonden foto’s – zeker 90 procent – zijn gemaakt tijdens het koken, tijdens het eten of buiten, tijdens het wandelen.

Misschien is de verklaring simpel. In de keuken en op pad zien we groeiende, levende dingen en die hebben nou eenmaal vaker een bijzondere vorm dan een bureaustoel of een tapijttegel. Die groeiende dingen worden, trouwens, onevenredig vaak hartjes. Een aardappel is niet gauw een vraagteken of een trapezium. Een hartjesaardappel is een aardappel met een bult te veel.

Misschien is er ook een diepere reden. In het bos en boven het bord lopen of zitten we eindelijk eens te niksen. Snijden, happen, stappen en intussen grijpt de vrije geest zijn kans.

Om te ontsnappen aan ons bevooroordeelde kijken moeten we naar buiten. In het echt, of in ons hoofd.

Wie dat kan, is kunstenaar.